EG 3 (Elementaire Gehoorzaamheid 3):
1. Volgen aan de lijn:
10 punten.
De hond moet links, vlot en attent volgen aan de slappe
lijn naast de geleider, zodanig dat hij deze in geen enkel opzicht bij
diens bewe-gingen hindert. Er wordt in normale vlotte wandelpas gelopen.
De lijn wordt in de linkerhand gehouden. De armen worden tijdens het lopen
normaal bewogen. De linkerarm mag hierbij licht gebogen zijn, maar niet
naast of voor, vast tegen het lichaam worden gehouden.
1a. Volgen aan de voet, aangelijnd; voor en achter de
andere deelnemers langs.
De afstand tussen de geleider en de passieve deelnemers
is maximaal 1 meter. (De honden van de passieve deelnemers zitten.) Wanneer
de afstand tussen de beide geleiders meer dan 2 meter is, volgt voor oef.
9 aftrek van 5 punten.
1b. Volgen aan de voet, aangelijnd; individueel:
Minimaal 3 wendingen en 3 x rechts- en/of linksomkeert,
maximaal 5 wendingen en 5 x rechts- en/of linksomkeert. Daarnaast volgt
men om 4 figuranten 2 x rechtsom en 2 x links-om een rond-je, waarbij de
afstand tussen de geleider en de passieve deelnemers maximaal 1 meter is.
Wanneer de afstand tussen de beide geleiders meer dan 2 meter is, volgt
voor oef. 9 aftrek van 5 punten.
De wendingen moeten onder een hoek van 90 graden plaats
vinden; de rechts- en/of linksomkeerten mogen met een klein boogje worden
gemaakt, dat echter niet groter mag zijn dan 75 cm.
Beoordeling voor de beide volgoefeningen:
Voor elk extra commando (mondeling en/of anders); 1 punt
aftrek.
Voor- en/of achterlopen en/of "wijken", hinderen, snuffelen,
niet attent zijn van de hond; minimaal ½ punt aftrek, afhankelijk
van de mate waarin dit voorkomt.
Uitval naar andere honden: minimaal 2 punten aftrek per
keer, afhankelijk van de mate waarin dit voorkomt (Wordt betrokken in beoorde-ling
van gedrag t.o.v. andere honden).
"Inwerken" op de hond; aftrek afhankelijk van de mate
waarin dit voorkomt.
2. Zitten tijdens het volgen:
5 punten.
De hond dient hierbij uit zichzelf onmiddellijk naast
de geleider te gaan zitten. Bij het voorwaarts gaan, wat op aanwijzing
van de keurmeester plaatsvindt, mag een commando worden gegeven.
Tijdens het individuele volgprogramma komt dit tweemaal
voor. Ook na de beide volgoefeningen wordt dit gevraagd en beoordeeld.
Voor ieder extra commando (monde-ling, met riem, hand
of anders) minimaal 1 punt aftrek, afhankelijk van de mate waarin dit voorkomt.
"Inwerken" (b.v. kijken naar de hond); minimaal ½
punt aftrek, afhankelijk van de mate waarin dit voorkomt. Tevens worden
er punten afgetrokken wanneer de hond traag of niet recht naast de geleider
gaat zitten.
3. Staan en betasten:
10 punten.
Op aanwijzing van de keurmeester laat de geleider de
hond op commando staan, waarbij de hond zich slechts gering mag verplaatsen,
naar keuze los of aan de lijn.
Voor ieder extra commando; 1 punt aftrek.
Hulp met de handen is niet toegestaan; 10 punten aftrek.
De geleider gaat vervolgens op aanwijzing van de keurmeester
op ca. 1 meter schuin voor de hond staan, één commando "blijf"
is toegestaan. Wordt de oefening aangelijnd uitgevoerd, dan dient de lijn
slap te hangen. De hond moet zich nu rustig in de staande houding door
de keurmees-ter aan alle kanten laten beoordelen. Daarna neemt de geleider,
indien dit voor de veilig-heid van de keurmeester wense-lijk wordt geacht,
de kop van de hond aan weerszijden stevig vast, waarna de keurmeester de
hond betast. Hierbij kan de keurmeester met de hand de halsband van de
hond vasthouden. Dit alles moet de hond rustig toelaten, zonder wringen
of draaien om uit te wijken of om te trachten de keurmeester te bijten.
Uitvallen naar of bijten van de keurmeester leidt tot uitslui-ting van
het verder examen. Grommen leidt tot puntenaftrek, afhanke-lijk van de
mate waarin dit gebeurt. Een enkele geringe verplaatsing wordt niet aangerekend.
Het vasthouden van de kop leidt tot een aftrek van 2 punten. Tijdens deze
oefening mag de hond, indien nodig op beperkte wijze geruststellend worden
toegesproken door de geleider. Dit mogen echter geen commando’s zijn.
Het betasten kan bestaan uit het optillen van een poot
en het bekijken van de voetzool, het in de oren kijken, het hele lichaam
betasten, alsmede het optillen van de staart. Na het betasten gaat de geleider
op aanwijzing van de keurmeester rechts naast de hond staan en laat deze
op commando de zitpositie innemen.
4. Gebit tonen:
5 punten.
Deze oefening dient in de zitpositie te gebeuren. Op
aanwijzing van de keurmeester toont de geleider het gebit aan drie kanten
door het oplichten van de lippen van de hond (waarbij de bek gesloten blijft),
op zo'n manier, dat dit duidelijk zichtbaar is voor de keurmeester.
Wanneer de hond zijn kop wegtrekt of onrustig gedrag
vertoont; minimaal ½ punt aftrek, afhankelijk van de mate waarin
dit voorkomt.
Tijdens deze oefening mag de hond geruststellend worden
toegesproken door de geleider. Dit mogen echter geen commando’s zijn.
5. Komen op bevel:
10 punten
Deze oefening vindt plaats vanuit een vierkant van 3 x 3 meter, waarvan
de vier hoekpunten worden gemarkeerd met pylonen (het `vak’). Op aanwijzing
van de keurmeester maakt de geleider de riem van de hond los en wordt de
hond op aanwijzing van de keurmeester afgelegd, waarna de riem (zonder
knopen of lus) bij de hond wordt gelegd. Andere voorwerpen zijn voor dit
doel niet toegestaan.
Op aanwijzing van de keurmeester verwijdert de geleider zich in voorwaartse
richting tot een afstand van ongeveer 20 meter. Hier stelt hij zich op
met het gezicht naar de hond toegewend. Wanneer de hond nu uit zichzelf
naar de geleider toekomt, mag de geleider de hond éénmaal
naar zijn plaats terugbrengen; 2 punten aftrek.
Op aanwijzing van de keurmeester geeft hij de hond het
commando om bij hen te komen. De geleider dient zijn armen en handen in
dezelfde positie te houden en wacht op de aanwijzing van de keurmeester
zonder verandering van houding. De hond moet onmiddellijk en langs de kortste
weg gehoorzamen, bij voorkeur in draf of galop (het ras in aanmerking genomen),
en recht voor de geleider gaan zitten met het front naar de geleider toegewend.
De afstand tussen hond en geleider moet zodanig zijn dat de geleider de
hond gemakkelijk zou kunnen aanlijnen zonder zich daartoe te hoeven verplaatsen.
Een korte beloning is nu toegestaan.
Wacht de geleider het teken van de keurmeester niet af;
1 punt aftrek.
Elk extra commando om de hond te doen voorkomen, heeft
1 punt aftrek tot gevolg. Als extra commando wordt gezien: mondelinge commando’s
en verder elke invloed die op de hond wordt uitge-oefend om hem te doen
voorkomen, zoals handgebaren, hoofdgebaren, bukken, wegstappen e.d.
Het niet in een rechte lijn naar de geleider toekomen
en/of het niet recht voor de geleider gaan zitten leidt (al naar gelang
de mate waarin dit voorkomt) tot aftrek van punten.
Het met tegenzin verlaten van de plaats, grote traagheid,
snuffelen, ongeïnteresseerdheid van de hond, kortom, alles waaruit
blijkt dat de hond zonder enthousiasme naar zijn geleider toekomt, leidt
tot aftrek van punten.
Wanneer de hond niet vóórkomt, maar rechtstreeks
"aan de voet" gaat, leidt dit tot minimaal 3 punten aftrek.
6. Aan de voet komen:
5 punten.
Op aanwijzing van de keurmeester geeft de geleider de
hond het commando. De hond komt onmiddellijk in beweging en loopt vlot
en in een vloeiende lijn achter de geleider langs en gaat links van deze
zitten, of de hond gaat rechtstreeks links van de geleider zitten, met
hetzelfde front als deze.
Traag-heid van de hond of het niet netjes afwerken van
de oefening: minimaal ½ punt aftrek, afhankelijk van de mate waarin
dit voorkomt.
Ieder extra commando; 1 punt aftrek.
7. Terugzenden naar de plaats:
10 punten.
De geleider wacht op een teken van de keurmeester om
de hond naar zijn plaats te sturen. Bij het mondelinge commando is verder
alléén een korte armbeweging toegestaan.
Het commando moet door de hond onmiddellijk, vlot en
langs de kortste weg en tot op de juiste plaats worden uitgevoerd.
Geen teken afwachten van de keurmeester; 1 punt aftrek.
Ieder extra commando, mondeling en/of door gebaren; 1
punt aftrek.
Wanneer de hond niet vlot of niet langs de kortste weg
naar zijn plaats terug gaat heeft dit aftrek tot gevolg afhankelijk van
de mate waarin dit voorkomt.
Gaat de hond tijdens het terugzenden naar de plaats eigener
bewe-ging op meer dan 1½ meter van de lijn liggen, dan is de oefening
afgelopen en wordt deze met het cijfer 0 beoordeeld. Gaat de hond op meer
dan 50 cm., maar minder dan 1½ meter afstand liggen, dan leidt dit
tot punten aftrek.
Op aanwijzing van de keurmeester begeeft de geleider
zich naar de hond en gaat rechts van hem staan. Daarna geeft de geleider
op aanwijzing van de keurmeester de hond het commando om de zitpositie
in te nemen.
8. Blijven liggen; buiten zicht (2 minuten):
10 punten.
Deze oefening wordt gelijktijdig door meerdere deelnemers
uitgevoerd, waarbij de deelnemers in linie staan. Op aanwijzing van de
keurmeester maken de geleiders allen tegelijk de lijn van hun hond los
(deze mag de halsband omhouden). De lijn wordt aanééngehaakt
of geknoopt over de linkerschouder of om de nek gedragen. Op aanwijzing
van de keurmeester geven de geleiders één voor één
hun hond het commando te gaan liggen, hetgeen die hond onmiddellijk en
zonder aarzelen moet opvolgen, door naast de geleider te gaan liggen. Gaat
een hond liggen op het commando van een ander dan de eigen gelei-der, dan
leidt dit tot een aftrek van 1 punt.
De honden mogen zich niet van hun plaats begeven, hetgeen
elke hond met een commando mag worden opgedragen vlak voordat de geleider
zich van hem verwijdert. Geeft een geleider hierna toch nog een commando
of werkt hij op andere wijze in op de hond, dan leidt dit tot aftrek van
punten, afhankelijk van de mate waarin dit voorkomt.
Op aanwijzing van de keurmeester, verwijderen de geleiders
zich, zonder achterlating van andere voorwerpen bij de hond, in voorwaartse
beweging en vervolgens in een richting hen door de keurmeester aangegeven.
Zij stellen zich op een door de keur-meester aan te geven plaats gedurende
2 minuten zodanig verdekt op dat de hond hem niet kan zien of horen. De
2 minuten gaan in, wanneer de laatste geleider uit het zicht van de honden
is verdwenen.
Volgt de hond het commando om te blijven geheel niet
op en begeeft hij zich van zijn plaats, dan dient de geleider hem zwijgend
aan te lijnen en mee te nemen naar een plaats waar hij geen hinder veroorzaakt
voor honden die met de oefening bezig zijn, dit ter beoordeling van de
keurmeester.
Verwijdert de hond zich meer dan 2 meter van de aangegeven
plaat-s, dan wordt deze oefening met het cijfer 0 beoordeeld.
Iedere positie verandering van de hond uit eigener beweging
tijdens het blijven buiten zicht; leidt tot aftrek van 2 punten.
Onrustig of hinderlijk gedrag van de hond (piepen, blaffen,
op de rug rollen enz.) kan leiden tot aftrek van 1 t/m 5 punten.
In-dien de hond volledig buiten zijn schuld het afliggen
op-geeft, kan de keurmees-ter beslis-sen dat de oefening in zijn geheel,
wordt over-ge-daan.
Na 2 minuten gaan de geleiders op aan-wijzing van de
keurmeester -naar de hond terug en stellen zich in een rechte lijn op,
op ruime afstand van de honden, elke geleider tegenover de eigen hond.
Daarna gaan de geleiders, op aanwijzing van de keurmeester rechts naast
hun hond staan, zonder enig commando te geven. Op aanwij-zing van de keur-meester
geven de geleiders één voor één hun hond het
commando om de zitpositie in te nemen, hetgeen die hond onmiddellijk en
zonder aarzelen moet opvolgen. De keurmeester geeft hierna aan dat de oefening
is afgelopen.
Gaat een hond zitten op het commando van een ander dan
de eigen geleider, dan leidt dit tot een aftrek van 1 punt.
9. Gedrag t.a.v. andere honden:
5 punten.
Het gedrag van de honden moet normaal vriendelijk of
onverschillig zijn. Het mag niet vijandig of hinderlijk zijn. De hond mag
zich tevens niet af laten leiden door de andere honden.
"Uitval" naar andere honden: minimaal 2 punten aftrek
per keer, afhankelijk van de mate waarin dit voorkomt.
Honden die extreem uitvallen naar andere honden worden
van verdere deelneming uitgesloten.
Wanneer de hond niet onverschillig is ten opzichte van
andere hon-den; minimaal ½ punt aftrek per keer, afhanke-lijk van
de mate waarin dit voorkomt.
Dit onderdeel wordt tijdens alle oefeningen beoordeeld.
10. Omgang geleider/hond:
5 punten.
Aan de gedragingen van geleider en hond wordt beoordeeld
of tussen beide de gewenste verstandhouding aanwezig is. Na elke oefening
is een rustige beloning toegestaan (en gewenst). De hond dient het hele
programma vlot en attent (het ras in aanmerking genomen) af te werken.
Dit onderdeel wordt tijdens alle oefeningen beoordeeld.
Pun-tentelling EG 3 certificaat:
Oefening maxim-aal: ver-plicht:
1 Volgen aan de voet, aange-lijnd 10 5
2 Zitten tijdens vol-gen 5
3 Staan en be-tas-ten 10 5
4 Gebit tonen 5
5 Komen op bevel 10 5
6 Aan de voet komen 5
7 Terugzenden naar de pl-aats 10
8 Blijven liggen; buiten zicht 10
9 Gedrag t.a.v. ande-re ho-n-den 5 2½
10 Omgang gelei-der/hond 5 2½
Totaal 75 50
Om te slagen voor het EG 3 certificaat dient tenminste
50 punten te worden behaald en dient voor de oefeningen "1. Volgen aan
de voet, aangelijnd", "3. Staan en betasten", "5. Komen op bevel", "9.
Gedrag t.a.v. andere honden" en "10. Omgang geleider /hond" tenminste een
voldoende te worden be-haald. In totaal mogen maximaal drie onvol-doendes
worden behaald.
Wanneer er voor een oefening 10 punten te behalen zijn,
zijn 5 of meer punten nodig voor een voldoende.
Wanneer er voor een oefening 5 punten te behalen zijn,
zijn 2½ of meer punten nodig voor een
voldoende.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|