EG 2 (Elementaire Gehoorzaamheid klasse 2)
1.Volgen aan de voet, aangelijnd:
10 punten.
De hond moet links, vlot en attent volgen aan de slappe
lijn naast de geleider, zodanig dat hij deze in geen enkel opzicht bij
diens bewegingen hindert. Er wordt in normale vlotte wandelpas gelopen.
De lijn wordt bij voorkeur in de linkerhand gehouden. De armen worden tijdens
het lopen normaal bewogen. De linkerarm mag hierbij licht gebogen zijn,
maar niet naast of voor, vast tegen het lichaam worden gehouden.
1a. Volgen aan de voet, aangelijnd; voor en achter de
andere deelnemers langs.
De afstand tussen de geleider en de passieve deelnemers
is maximaal 2 meter. (De honden van de passieve deelnemers zitten.)
1b. Volgen aan de voet, aangelijnd; individueel:
Minimaal 3 wendingen en 3 x rechts- en/of linksomkeert,
maximaal 5 wendingen en 5 x rechts- en/of linksomkeert, daarnaast volgt
men zigzag tussen tenminste 4 andere combinaties.
Beoordeling van de beide volgoefeningen:
Voor elk extra commando (mondeling en/of anders); 1 punt
aftrek.
Voor- en/of achterlo-pen en/of “wijken”, hinderen,
snuffelen, niet attent zijn van de hond; minimaal ½ punt aftrek,
afhankelijk van de mate waarin dit voorkomt.
Uitval naar andere honden: minimaal 2 punten aftrek per
keer, afhankelijk van de mate waarin dit voorkomt. (Wordt betrokken in
beoorde-ling van gedrag t.o.v. andere honden)
"Inwerken" op de hond; aftrek afhankelijk van de mate
waarin dit voorkomt.
2. Zitten tijdens het volgen:
5 punten.
De hond dient hierbij uit zichzelf onmiddellijk naast
de geleider te gaan zitten. Bij het voorwaarts gaan, dat op aanwijzing
van de keurmeester plaatsvindt, mag een commando worden gegeven.
Tijdens het individuele volgprogramma komt dit tweemaal
voor. Ook na de beide volgoefeningen wordt dit gevraagd en beoordeeld.
Voor ieder extra commando (mondeling, met riem, hand
of anders) minimaal 1 punt aftrek afhankelijk van de mate waarin
dit voorkomt.
"Inwerken" (b.v. kijken naar de hond); minimaal ½
punt aftrek, afhankelijk van de mate waarin dit voorkomt.
Tevens worden er punten afgetrokken wanneer de hond traag
of niet recht naast de geleider gaat zitten.
3. Staan en betasten:
10 punten.
Op aanwijzing van de keurmeester laat de geleider de
hond op commando staan, waarbij de hond zich slechts gering mag verplaatsen,
naar keuze los of aan de lijn. Gelijktijdig met het commando mag de geleider
een stap voorwaarts doen en de hond in zeer lichte mate meetrekken.
Voor ieder extra commando; 1 punt aftrek.
Hulp met de handen is niet toegestaan; 10 punten aftrek.
De geleider gaat vervolgens op aanwijzing van de keurmeester
op ca. 1 meter schuin voor de hond staan, één commando "blijf"
is toegestaan. Wordt de oefening aangelijnd uitgevoerd, dan dient de lijn
slap te hangen. De hond moet zich nu rustig in de staande houding door
de keurmeester aan alle kanten laten beoordelen. Daarna neemt de geleider,
indien dit voor de veilig-heid van de keurmeester wenselijk wordt geacht,
de kop van de hond aan weerszijden stevig vast, waarna de keurmeester de
hond betast. Hierbij kan de keurmeester met de hand de halsband van de
hond vasthouden. Dit alles moet de hond rustig toelaten, zonder wringen
of draaien om uit te wijken of om te trachten de keurmeester te bijten.
Uitvallen naar of bijten van de keurmeester leidt tot uitsluiting van het
verder examen. Grommen leidt tot punten-aftrek, afhanke-lijk van de mate
waarin dit gebeurt. Een enkele geringe verplaatsing wordt niet aangerekend.
Het vasthouden van de kop leidt tot een aftrek van 2 punten. Tijdens deze
oefening mag de hond, indien nodig op beperkte wijze geruststellend worden
toegesproken door de geleider. Dit mogen echter geen commando’s zijn.
Het betasten kan bestaan uit het optillen van een poot
en het bekijken van de voet-zool, het in de oren kijken, het hele lichaam
betasten, alsmede het optillen van de staart. Na het betasten gaat de geleider
op aanwijzing van de keurmeester rechts naast de hond staan en laat deze
op commando de zitpositie innemen.
4.Gebit tonen:
5 punten.
Deze oefening dient in de zitpositie te gebeuren. Op
aanwijzing van de keurmeester toont de geleider het gebit aan drie kanten
door het oplichten van de lippen van de hond (waarbij de bek gesloten blijft),
op zo'n manier, dat dit duidelijk zichtbaar is voor de keurmeester.
Wanneer de hond zijn kop wegtrekt of onrustig gedrag
vertoont; minimaal ½ punt aftrek, afhankelijk van de mate waarin
dit voorkomt. Tijdens deze oefening mag de hond geruststellend worden toegesproken
door de geleider. Dit mogen echter geen commando’s zijn.
5. Komen op bevel:
10 punten.
Deze oefening vindt plaats vanuit een vierkant van 3
x 3 meter, waarvan de vier hoekpunten worden gemarkeerd met pylonen (het
'vak'). Op aanwijzing van de keurmeester maakt de geleider de riem van
de hond los en wordt de hond op aanwijzing van de keurmeester afge-legd,
waarna de riem (zonder knopen of lus) bij de hond wordt gelegd. Andere
voorwerpen zijn voor dit doel niet toegestaan.
Op aanwijzing van de keurmeester verwijdert de geleider
zich in voorwaartse richting tot een afstand van ongeveer 15 meter. Hier
stelt hij zich op met het gezicht naar de hond toegewend. Wanneer de hond
nu uit zichzelf naar de geleider toekomt, mag de geleider de hond éénmaal
naar zijn plaats terugbrengen; 2 punten aftrek.
Op aanwijzing van de keurmeester geeft de geleider de
hond het commando om bij hem te komen. De geleider dient zijn armen en
handen in dezelfde positie te houden en wacht op de aanwijzing van de keurmeester
zonder verandering van houding. De hond moet onmid-dellijk en langs de
kortste weg gehoorzamen, bij voorkeur in draf of galop (het ras in aanmerking
genomen), en recht voor de geleider gaan zitten met het front naar de geleider
toegewend. De afstand tussen hond en gelei-der moet zodanig zijn dat de
geleider de hond gemakkelijk zou kunnen aanlijnen zonder zich daartoe te
hoeven verplaatsen. Een korte beloning is nu toegestaan.
Wacht de geleider het teken van de keurmeester niet af;
1 punt aftrek.
Elk extra commando om de hond te doen voorkomen, heeft
1 punt aftrek tot gevolg. Als extra commando wordt gezien: mondelinge commando’s
en verder elke invloed die op de hond wordt uitgeoefend om hem te doen
voorkomen, zoals handgebaren, hoofdgebaren, bukken, wegstappen e.d.
Het niet in een rechte lijn naar de geleider toekomen
en/of het niet recht voor de geleider gaan zitten leidt (al naar gelang
de mate waarin dit voorkomt) tot aftrek van punten.
Het met tegenzin verlaten van de plaats, grote traagheid,
snuffelen, ongeïnteresseerdheid van de hond, kortom, alles waaruit
blijkt dat de hond zonder enthousiasme naar zijn geleider toekomt, leidt
tot aftrek van punten.
Wanneer de hond niet vóórkomt, maar rechtstreeks
"aan de voet" gaat, leidt dit tot minimaal 3 punten aftrek.
6.Aan de voet komen:
5 punten.
Op aanwijzing van de keurmeester geeft de geleider de
hond het commando. De hond komt onmiddellijk in beweging en loopt vlot
en in een vloeiende lijn achter de geleider langs en gaat links van deze
zitten, of de hond gaat rechtstreeks links van de geleider zitten, met
hetzelfde front als deze.
Traag-heid van de hond of het niet netjes afwerken van
de oefening: minimaal ½ punt aftrek, afhankelijk van de mate waarin
dit voorkomt.
Ieder extra commando; 1 punt aftrek.
7. Terugzenden naar de plaats:
10 punten.
De geleider wacht op een teken van de keurmeester om
de hond naar zijn plaats te sturen. Bij het mondelinge commando is verder
alléén een korte armbeweging toegestaan.
Het commando moet door de hond onmiddellijk, vlot en
langs de kortste weg tot op de juiste plaats worden uitgevoerd.
Geen teken afwachten van de keurmeester; 1 punt aftrek.
Ieder extra commando, mondeling en/of d.m.v. gebaren;
1 punt aftrek.
Wanneer de hond niet vlot of niet langs de kortste weg
naar zijn plaats terug gaat, heeft dit aftrek tot gevolg afhankelijk van
de mate waarin dit voorkomt.
Gaat de hond tijdens het terugzenden op meer dan 2 meter
van de lijn liggen, dan is de oefening afgelopen en wordt deze met het
cijfer 0 beoordeeld.
Gaat de hond op meer dan 1 meter, maar minder dan 2 meter
van de riem afliggen, dan leidt dit tot 5 punten aftrek.
Op aanwijzing van de keurmeester begeeft de geleider
zich naar de hond en gaat rechts van hem staan. Daarna geeft de geleider
op aanwijzing van de keurmeester de hond het commando om de zitpositie
in te nemen.
8. Blijven liggen; op afstand (1½ minuut):
10 punten.
Deze oefening wordt gelijktijdig door meerdere deelnemers
uitgevoerd, waarbij de deelnemers in linie staan. Op aanwijzing van de
keurmeester maken de geleiders allen tegelijk de lijn van hun hond los
(deze mag de halsband omhouden). De lijn wordt aanééngehaakt
of geknoopt over de linkerschouder of om de nek gedragen. Op aanwijzing
van de keurmeester geven de geleiders één voor één
hun hond het commando te gaan liggen, hetgeen die hond onmiddellijk en
zonder aarzelen moet opvolgen, door naast de geleider te gaan liggen. Gaat
een hond liggen op het commando van een ander dan de eigen geleider, dan
leidt dit tot een aftrek van 1 punt.
De honden mogen zich niet van hun plaats begeven, hetgeen
elke hond met een commando mag worden opgedragen vlak voordat de geleider
zich van hem verwijdert. Geeft een geleider hierna toch nog een commando
of werkt hij op andere wijze in op de hond, dan leidt dit tot aftrek van
punten, afhankelijk van de mate waarin dit voorkomt.
Op aanwijzing van de keurmeester, verwijderen de geleiders
zich tot op een afstand van 10 meter voor de hond, zonder achterlating
van andere voorwerpen bij de hond, in voorwaartse beweging. Zij stellen
zich, iedere geleider tegenover zijn eigen hond gedurende 1½ minuut
op.
Volgt de hond het commando om te blijven geheel niet
op en begeeft hij zich van zijn plaats, dan dient de geleider hem zwijgend
aan te lijnen en mee te nemen naar een plaats waar hij geen hinder veroorzaakt
voor honden die met de oefening bezig zijn, dit ter beoordeling van de
keurmeester.
Verwijdert de hond zich meer dan 2 meter van de aangegeven
plaats, dan wordt deze oefening met het cijfer 0 beoordeeld.
Iedere positie verandering van de hond uit eigener beweging
tijdens het blijven op afstand; leidt tot aftrek van 2 punten.
Onrustig of hinderlijk gedrag van de hond (piepen, blaffen,
op de rug rollen enz.) kan leiden tot aftrek van 1 t/m 5 punten.
Indien de hond volledig buiten zijn schuld het afliggen
opgeeft, kan de keurmeester beslissen dat de oefening in zijn geheel, wordt
overgedaan.
Na 1½ minuut gaan de geleiders op aanwijzing van
de keurmeester rechts naast hun hond staan, zonder enig commando te geven.
Op aanwijzing van de keur-meester geven de geleiders één
voor één hun hond het commando om de zitpositie in te nemen,
hetgeen die hond onmiddellijk en zonder aarzelen moet opvolgen. De keurmeester
geeft hierna aan dat de oefening is afgelopen.
Gaat een hond zitten op het commando van een ander dan
de eigen geleider, dan leidt dit tot een aftrek van 1 punt.
9. Gedrag t.a.v. andere honden:
5 punten.
Het gedrag van de honden moet normaal vriendelijk of
onverschillig zijn. Het mag niet vijandig of hinderlijk zijn. De hond mag
zich tevens niet af laten leiden door de andere honden.
"Uitval" naar andere honden: minimaal 2 punten aftrek
per keer, afhankelijk van de mate waarin dit voorkomt.
Honden die extreem uitvallen naar andere honden worden
van verdere deelneming uitgesloten.
Wanneer de hond niet onverschillig is ten opzichte van
andere honden; minimaal ½ punt aftrek per keer, afhankelijk van
de mate waarin dit voorkomt.
Dit onderdeel wordt tijdens alle oefeningen beoordeeld.
10. Omgang geleider/hond:
5 punten.
Aan de gedragingen van geleider en hond wordt beoordeeld
of tussen beide de gewenste verstandhouding aanwezig is. Na elke oefening
is een rustige beloning toegestaan (en gewenst). De hond dient het hele
programma vlot en attent (het ras in aanmerking genomen) af te werken.
Dit onderdeel wordt tijdens alle oefeningen beoordeeld.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|