EG 1 (Elementaire Gehoorzaamheid
klasse 1:
EG 1 tentamen:
1. Volgen aan de voet, aangelijnd: 10 punten.
De hond moet links, vlot en attent volgen aan de slappe
lijn naast de geleider, zodanig dat hij deze in geen enkel opzicht bij
diens bewe-gingen hindert. Er wordt in normale vlotte wandelpas gelopen.
De lijn wordt bij voorkeur in de linkerhand gehouden. De armen worden tijdens
het lopen normaal bewogen. De linkerarm mag hierbij licht gebogen zijn,
maar niet naast of voor, vast tegen het lichaam worden gehouden.
1a. Volgen aan de voet, aangelijnd; voor en achter de
andere deelne-mers langs.
De afstand tussen de geleider en de passieve deelnemers
is maximaal 2 meter. (De honden van de passieve deelnemers zitten.)
1b. Volgen aan de voet, aangelijnd; individueel.
Het is toegestaan vóór iedere wending,
de hond hierop kort mondeling te attenderen. Minimaal 3 wendingen en 3
x rechts- en/of linksomkeert, maximaal 5 wendingen en 5 x rechts- en/of
linksomkeert.
Beoordeling van de beide volgoefeningen:
Voor elk extra commando (mondeling en/of anders) 1 punt
aftrek. Voor- en/of achterlopen van de hond; minimaal ½ punt aftrek,
afhankelijk van de mate waarin dit voorkomt.
Hinderen, snuffelen, niet attent: aftrek afhankelijk
van de mate waarin dit voorkomt.
Uitval naar andere honden; minimaal 1 punt aftrek per
keer, afhankelijk van de mate waarin dit voorkomt. (Wordt betrokken in
beoordeling van gedrag t.o.v. andere honden.)
"Inwerken" op de hond, dat wil zeggen kijken naar de
hond, het tempo aanpassen aan het tempo van de hond, handen extra bewegen
of juist stil houden, het lichaam buigen e.d.: aftrek afhankelijk van de
mate waarin dit voorkomt.
2. Zitten tijdens het volgen: 5 punten.
De hond dient hierbij uit zichzelf onmiddellijk naast
de geleider te gaan zitten. Bij het voorwaarts gaan, dat op aanwijzing
van de keurmeester plaatsvindt, mag een commando worden gegeven.
Tijdens het individuele volgprogramma komt dit tweemaal
voor. Ook na de beide volgoefeningen wordt dit gevraagd en beoordeeld.
Voor ieder extra commando (monde-ling, met riem, hand
of anders) ½ punt aftrek.
"Inwerken" (b.v. kijken naar de hond): minimaal ½
punt aftrek, afhankelijk van de mate waarin dit voorkomt. Tevens worden
er punten af getrokken wanneer de hond traag of niet recht naast de geleider
gaat zitten.
3. Staan en laten beoordelen: 10 punten.
De geleider geeft het commando "staan" en mag hierbij
een stap voorwaarts doen en de hond in zéér lichte mate meetrekken.
De gelei-der blijft naast de hond staan, één commando "blijf"
is toegestaan.
De geleider blijft op deze manier staan en geeft de keurmees-ter
de gelegenheid om de hond van ± 1½ meter afstand te bekijken.
De keurmeester zal hierbij voor en achter de hond hurken en loopt daarbij
een rondje om de hond heen.
Voor elk extra commando: 1 punt aftrek. Hulp met de handen
(tijdens de beoordeling) is niet toegestaan: 10 punten aftrek.
Wanneer de hond uit zichzelf gaat zitten; 1 punten aftrek.
Wanneer de geleider geen teken van de keurmeester afwacht
en op eigen initiatief de hond het commando geeft om weer te gaan zitten;
1 punt aftrek.
Een lagere waardering volgt bij verstappen, blaffen en/of
onrustig gedrag van de hond; minimaal ½ punt aftrek per keer, afhankelijk
van de mate waarin dit voorkomt.
4. Zit en blijf:
10 punten.
De hond krijgt het bevel te gaan zitten. Extra mondeling
commando; 1 punt aftrek. Hulp d.m.v. de riem; 1 punt aftrek. Hulp d.m.v.
handen en/of voeten e.d.; 2 punten aftrek.
"Inwerken" van de geleider; minimaal ½ punt aftrek,
afhanke-lijk van de mate waarin dit voorkomt.
De geleider mag een commando "blijf" geven en loopt dan
een rondje om de hond heen.
Komt de hond overeind: 5 punten aftrek. Hierna mag de
geleider de hond weer het bevel geven om te gaan zitten en te blijven.
Wanneer de hond nu nogmaals uit eigener beweging deze oefening opheft;
5 punten aftrek.
Draait de hond iets mee: minimaal ½ punt aftrek,
afhankelijk van de mate waarin dit voorkomt.
Wanneer de geleider weer naast de hond gaat staan en
de hond gaat uit zichzelf staan of liggen; 1 punt aftrek.
5. Gebit tonen:
5 punten.
De geleider geeft de hond het bevel te gaan zitten en
toont het gebit aan drie kanten door het oplichten van de lippen van de
hond, (waarbij de bek gesloten blijft) op zo'n manier dat het gebit duidelijk
zichtbaar is voor de keurmeester.
Wanneer de hond zijn kop wegtrekt of onrustig gedrag
vertoont; minimaal ½ punt aftrek, afhankelijk van de mate waarin
dit voorkomt.
Tijdens deze oefening mag de hond geruststellend worden
toege-sproken door de geleider. Dit mogen echter geen commando’s zijn.
6. Aan de voet komen:
10 punten.
De geleider mag (voordat hij het commando geeft) de riem
uit de rechterhand, achter de rug langs, in de linkerhand nemen. Tevens
mag de geleider een stap naar voren of naar rechts doen met het rechterbeen
en daarna het linkerbeen bijtrekken.
De geleider geeft de hond het commando. De hond komt
onmiddellijk in beweging en loopt vlot en in een vloeiende lijn achter
de geleider langs en gaat links van deze zitten of de hond gaat rechtstreeks
links van de geleider zitten, met hetzelfde front als deze.
Hulp d.m.v. de riem: minimaal 1 punt aftrek, afhankelijk
van de mate waarin dit voorkomt. Moet de hond achter langs getrokken worden:
10 punten aftrek.
Traagheid van de hond of het niet netjes afwerken van
de oefening: minimaal ½ punt aftrek, afhankelijk van de mate waarin
dit voorkomt.
Commando "zit" of hulp d.m.v. de riem: 1 punt aftrek.
7. Blijven liggen:
10 punten.
De geleiders staan met hun honden op één
lijn. Om de beurt krijgen de honden het bevel te gaan liggen. Extra mondeling
commando: 1 punt aftrek. Hulp door de plaats aan te wijzen of door middel
van de riem: 2 punten aftrek. De geleider legt de riem op de grond en mag
een commando "blijf" geven. De geleider loopt bij de hond weg om zich op
± 5 meter afstand van de hond om te draaien ("front" richting de
hond). De geleider blijft gedurende ± 1 minuut zo staan, terwijl
de hond op de plaats blijft liggen. Voor ieder extra commando wordt 1 punt
afgetrokken. Na ± 1 minuut krijgt de geleider een teken waarop deze
mag terugkeren naar de hond. Wanneer de geleider weer naast de hond staat,
krijgt deze een teken waarop hij de hond mag laten zitten en hiermee is
de oefening afgelopen.
"Inwerken" van de geleider: minimaal ½ punt aftrek,
afhankelijk van de mate waarin dit voorkomt.
Wanneer de hond verkruipt, worden hiervoor punten afgetrokken;
2 punten per meter. Wanneer de hond op zijn plaats gaat zitten of staan,
volgt aftrek van 4 punten. Wanneer de hond lopend zijn plaats verlaat,
volgt aftrek van 10 punten. Komt de hond uit zichzelf overeind wanneer
de geleider weer naast de hond staat: 1 punt aftrek.
8. Gedrag t.o.v. andere honden:
5 punten.
"Uitval" naar andere honden; minimaal 1 punt aftrek afhankelijk
van de mate waarin de gebeurt.
9. Omgang geleider/hond:
5 punten.
Gedurende het gehele tentamen wordt gelet op de gedragingen
van de combinaties, ook als deze niet bezig zijn met een oefening, maar
wel aanwezig zijn op het terrein.
Enthousiasme, vlotheid en correct werken van de combinatie
zijn een graadmeter voor de beoordeling.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|