| Uw gezin is de Roedel, u bent de roedelleider |
| Uw hond heeft behoefte aan regels |
| Alleen thuis blijven |
| Leren lopen aan een slappe lijn |
| Wie laat wie nu uit? |
| Hij komt als geroepen |
| Niet uitvallen naar andere honden |
| Niet uitvallen naar vreemden |
| Opspringen of zitten? |
| Uw hond moet er wel wat voor doen |
| Spelen met de baas |
| Nawoord |
Uw gezin is de roedel, u bent de roedelleider.
Van oorsprong is uw hond een wolf. Zij leven in roedel-verband.
Leven in roedelverband betekent dat er geleefd wordt
volgens een strikte hiërarchie, vastgestelde regels en een vast patroon.
Het is van essentieel belang dat u zich dat voortdurend
bewust bent.
De roedelleider is vaak het sterkste mannetje met de meeste
ervaring. (Zijn genen zullen worden doorgegeven voor het nageslacht)
De roedelleider dient onvoorwaardelijk gehoorzaamd te worden. In een roedel
(wolven of wilde honden) is rangorde van levensbelang. Een roedel zonder
orde kan niet lang voortbestaan.
Hoe duidelijker de leiding is, hoe rustiger de roedel.
Er wordt niet onnodig energie verspild aan schermutselingen binnen de roedel.
Uw huishond leeft ook in een roedel. Weliswaar een roedel
die deels uit mensen bestaat, maar voor de huishond is dit zijn roedel.
Er moet in deze roedel een duidelijke roedelleider zijn.
Zonder dit zal de hond de neiging hebben het leiderschap op zich te nemen.
Met alle nare gevolgen van dien. Afhankelijk van het karakter van de hond.
Sommige honden zijn niet geschikt voor het leiderschap. Die worden onzeker
en soms zelfs neurotisch. Andere honden zijn van huis uit al wat dominanter;
die hebben er minder problemen mee. Maar als de hond de baas wordt in zijn
eigen roedel, onstaat er meestal allerlei ongewenst gedrag. Dat kan variëren
van onzindelijkheid tot regelrechte agressie tegen alles en iedereen. Het
is dus zaak dat u, als eigenaar van de hond, het niet zo ver laat komen.
Dat kunt u het beste doen door u duidelijk als roedelleider te gedragen.
Bij veel “probleemgedrag” (wij spreken liever van probleem
gevend gedrag) van honden speelt een onduidelijke rangorde een rol. Het
moet de hond duidelijk zijn dat hij de onderste schakel in de hiërarchie
is.
Wij zullen proberen u te begeleiden zodat u de zorgzame
attente leider wordt, die opvolging van zijn bevelen verwacht.
Een leider die bewijst het waard te zijn dat hij roedelleider
is.
Een leider waar de hond met plezier zijn best voor zal
doen.
Zonder discipline, met veel vrijheid en genegenheid
maken een overactieve ongehoorzame hond.
Met discipline, maar zonder genegenheid maken een
bange gehoorzame hond.
Met discipline en veel genegenheid maken een actieve
gehoorzame hond.
Uw hond heeft
behoefte aan regels.
Wanneer hij regels krijgt, dan krijgt hij leiding.
De roedelleider bepaalt de zaken. De hond hoeft
niet zelf te verzinnen wat er kan of wat is toegestaan.
Bedenk regels en maak ze waar!!!
1. Wees consequent in uw gedrag t.o.v. de hond.
Bespreek de regels met het hele gezin.
Hoe duidelijker de regels, hoe beter.
Immers, wanneer u geen duidelijke leiding geeft, verplicht
u de hond om duidelijkheid te scheppen in deze onduidelijke situatie. Een
hond die leider is geworden in een mensenroedel is verplicht steeds te
bewijzen het leiderschap waard te zijn. Dat betekent dat hij steeds een
stapje verder zal gaan en uiteindelijk geen gezag meer van u zal accepteren.
De hond heeft tegenover u geen andere manier, dan dit kenbaar te maken
d.m.v. zijn gebit en u begrijpt dit is geen houdbare situatie. Extreem
betekent dit voor u en uw gezin dat u nog maar twee dingen kunt doen: leven
volgens de regels welke uw hond voor u bepaalt of de hond naar het asiel
of erger naar de dierenarts brengen vanwege zijn agressieve gedrag.
Hoe duidelijker de regels, hoe beter.
Met duidelijk bedoelen we onder andere consequent. Let
op: Dit is bijzonder moeilijk
Een paar voorbeelden inconsequent gedrag van de menselijke
leiding:
- De hond mag de ene keer wel en een andere keer niet
tegen u opspringen.
Als u niet wilt dat uw hond tegen u opspringt, beloon
hem hier dan nooit voor. Door te aaien of vriendelijk tegen hem te praten.
Negeer dit gedrag, wacht tot de hond iets anders gaat doen of geef hem
hier een commando voor (als hij dit al kan, bijvoorbeeld zit) en beloon
dit gedrag.
Wanneer u het niet erg vind dat uw hond tegen u opspringt,
ook best… Maar bedenk wel dat de hond dit dan ook zal doen als hij erge
baggerpoten heeft of als u met uw handen vol boodschappen binnen komt.
Omdat u het opspringen eerder heeft goed gevonden en misschien wel heeft
aangemoedigd, kunt u er nu niet boos om worden. Dit zou de hond niet begrijpen.
- De hond mag wel op de bank als hij schoon en droog
is. Wanneer hij vies is mag hij niet op de bank en wordt er ook nog op
hem gemopperd.
- Wanneer de hond blaft als er een onbekende aan de deur
komt, wordt dit vaak wel goed gevonden. Als er bekenden binnenkomen moet
de hond stil zijn en wordt dit vaak ook nog boos aan hem kenbaar gemaakt.
- Tijdens de koffie krijgt de hond een koekje. Maar als
er bezoek komt en de hond bedelt, wordt de eigenaar boos.
- De hond wordt in de tuin of in de gang gedaan als er
een bezoeker komt die niet van honden houdt, de hond wordt aangehaald door
bezoek welke wel van honden houdt.
- Laten trekken aan de riem wanneer u de hond uit gaat
laten, boos worden waneer de hond dit doet als u ook nog een zware boodschappentas
in de hand heeft.
Bedenk dus vooraf wat voor consequenties het hondengedrag kan hebben en besluit dan of u dit wel of niet wilt.
Wilt u het WEL? Goed.. Maar dan altijd, onder
alle omstandigheden.
Wilt u het NIET? Goed.. Maar dan ook nooit.
Het maakt de hond niet uit of hij het wel of niet mag.
Echt niet! Als hij maar weet waar hij aan toe is.
2. Ontzeg uw hond bepaalde ruimtes of plekken.
Als roedelleider heeft u het voor het zeggen. U bepaalt
waar de hond wel of niet mag komen. In het meest extreme geval vindt u
bijvoorbeeld dat de hond alleen in zijn kennel of in de keuken mag. Wanneer
de hond dit weet, is dat absoluut niet zielig. Hij weet waar hij aan toe
is, krijgt leiding en zal hier niet slechter van worden.
De meeste honden worden toch gehouden voor de gezelligheid
en zullen dan ook in de leefruimtes van het gezin zijn. Maar bedenk welke
ruimtes of plekken voor de hond verboden gebied zijn. Bijvoorbeeld de w.c.
De hond hoeft u niet altijd en overal in het huis te volgen, dus in de
w.c. mag de hond niet komen. Dat is privé.
Persoonlijk vind ik dat de hond ook niet boven mag komen.
Boven hebben wij tapijt en vanwege haren, vuil en vlooien, wil ik de honden
niet boven hebben. Op die manier bepaal ik de regels, wat de motivatie
ervan ook is (die is ook niet belangrijk voor de hond).
Als uw hond overal in huis mag komen, dus ook op de slaapkamers
en op de banken, wil dat vaak zeggen dat de hond één plaats
meer in huis heeft dan u. Want de hond heeft ook nog zijn ‘eigen’ mand
of bench of slaapplaats. Dit is geen goede situatie. Een roedelleider heeft
privileges en het geval dat uw hond één privilege meer heeft
dan u, verzwakt uw positie.
Ontzeg uw hond bepaalde plaatsen in huis, daarmee bevestigd
u uw eigen positie.
3. Negeer aandacht-vragend-gedrag van de hond.
Aandachtvragendgedrag is: kop op uw schoot leggen, met de neus tegen uw arm duwen, speeltje voor uw voeten of in uw schoot leggen, piepen, hijgen e.d.
Er zijn honden die veel aandacht opeisen. Dat type honden
staat voortdurend naast je stoel, legt zijn kop op je schoot of geeft dwingend
poten. Of de hond komt steeds met zijn speeltje bij u. Dat lijkt allemaal
heel aardig en natuurlijk aait u hem of natuurlijk gaat u met de hond spelen.
Maar op den duur wordt zulk gedrag hinderlijk en wekt het irritaties in
plaats van vertedering op.
Dit zijn gedragingen die u niet wilt van de hond!
Hoe gaat u te werk? Ook hier geld: u moet de motivatie
van dit gedrag wegnemen. De hond gaat bij uw stoel staan om aandacht te
krijgen. Meestal krijgt hij dit. De ene keer doordat u hem aait (U vind
hem ook zo lief) de andere keer doordat u hem weg stuurt. <Dit is al
weer erg inconsequent en dus onduidelijk gedrag van de roedelleider, u
dus.>
Maar in beide gevallen krijgt de hond aandacht.
Wat doet u voortaan. De hond negeren op het moment dat
hij aandacht vraagt. U kijkt gewoon langs hem heen, blijft doorlezen of
blijft televisie kijken. U geeft hem GEEN aandacht. Wordt het u allemaal
teveel, (de hond kijkt u zo vriendelijk, dwepend aan en uw hard breekt
bijna) sta dan op en ga wat anders doen. Geef GEEN reactie op het gedrag
van de hond.
Wanneer de hond bij u komt met zijn bal of speeltje?
Sta op en ga iets anders doen. Blijft de hond zeuren met zijn speeltje.
Leg het speeltje buiten bereik en ga niet in op het gepiep van de hond.
De hond heeft waarschijnlijk al geleerd dat ‘zeuren’ helpt en u moet hem
nu leren dat ‘zeuren’ niet helpt. Wordt ook niet boos op de hond want ook
dan geeft u de hond aandacht. Dit is wel negatieve aandacht, maar nog steeds
aandacht en dat is voor de hond beter dan niets.
Bespreek dit met de rest van de roedel (het gezin)
en reageer allemaal op dezelfde manier.
Natuurlijk mag u wel knuffelen met de hond en natuurlijk
moet u geregeld spelen met de hond, maar doe dan als volgt: op een moment
dat de hond heel braaf is, dus bijvoorbeeld wanneer de hond heel lief,
niet- aandacht vragend in zijn mand ligt, roept u de hond. Zodra de hond
bij u is gaat u met hem spelen, knuffelen aaien e.d.
Hiermee laat u duidelijk zien dat u de leiding heeft.
U bepaalt wanneer er gespeeld/geaaid wordt.
Alleen thuis blijven
Het is heel normaal en natuurlijk dat een hond niet graag
alleen is. Een hond is een sociaal dier dat van oorsprong in een roedel
leeft. Wel kan door middel van training worden bereikt dat de hond het
alleen zijn accepteert als een "normaal" onderdeel van zijn leven.
Maak van uw vertrek én van uw thuiskomst geen
"drama". Hoe meer u zelf uitstraalt dat het volkomen normaal is om weg
te gaan en weer terug te komen, hoe sneller uw hond dit ook zal accepteren!
Het slechtste dat u kunt doen is uw hond troostend toespreken als u weggaat.
U bevestigt daarmee immers dat het heel erg is voor hem!
Uitingen van verlatingsangst zijn onder meer vernielen, onzindelijk zijn en janken en blaffen wanneer de hond alleen thuis is.
Gaat het om een hond die niet zo goed alleen kan zijn zonder dat er sprake is van heftige stress, of gaat het om een puppy die u het alleen kunnen zijn wilt leren, dan kunt u de volgende trainingstips wellicht gebruiken:
Wanneer uw hond al zenuwachtig wordt als hij denkt dat u straks weggaat (bijvoorbeeld wanneer u uw sleutels pakt, uw jas aan doet e.d.) doe dan regelmatig alsof u weggaat, zonder het echt te doen. Trek uw jas aan en even later weer uit. Pak regelmatig uw sleutels op, loop naar de voordeur en kom weer terug. Door dit regelmatig te doen leert u uw hond om minder gevoelig op dit soort signalen te reageren. Besteed geen aandacht aan het gedrag van uw hond tijdens dit soort oefeningen.
Straf uw hond nooit wanneer u bij thuiskomst vernielingen of de gevolgen van onzindelijkheid aantreft. De hond kan uw straf niet in verband brengen met wat hij heeft aangericht, maar zal de straf koppelen aan het feit dat u thuiskomt en hij u wil begroeten! De symptomen van verlatingsangst verergeren zelfs vaak wanneer de hond naderhand gestraft wordt. Immers, alleen thuis blijven wordt voor de hond steeds stress-voller (gezien de verwachte straf bij thuiskomst van de baas). Veel eigenaren denken dat hun hond wel degelijk weet dat hij "fout" is geweest maar dit is niet het geval! Het feit dat hij mogelijk "kruiperig" doet wanneer u thuiskomt is een uiting van onzekerheid en het proberen te vermijden van straf door zich onderdanig te gedragen. Waarvóór hij (mogelijk) gestraft zal worden is de hond echter niet duidelijk! Bedenk bovendien dat een hond die leidt aan verlatingsangst niet vernielt of onzindelijk is om u te pesten, maar dat het uitingen zijn van een hoge mate van stress.
De beste manier om stress bij uw hond te voorkomen, wanneer deze alleen thuis moet blijven, is hem te leren dat zijn bench zijn eigen – veilige – plekje is
Een bench, oftewel kamerkennel of hondenbox, is een metalen
kooi die speciaal voor honden is bedoeld. Hoewel een bench helaas niet
echt goedkoop in aanschaf is, loont de aanschaf ervan vaak toch de moeite.
Wat zijn nu de voordelen van het gebruik van een bench?
- Uw hond zal zich prettiger voelen in de bench wanneer hij alleen thuis moet blijven. De bench is voor de hond een soort hol waarin hij veilig is, zoals honden in het wild ook een veilig hol hebben. De kans dat hij de hele buurt bij elkaar jankt is dan ook een stuk kleiner!
- Uw hond krijgt de kans niet om “rottigheid” uit te halen
terwijl u weg bent. Toch prettig
natuurlijk wanneer u zeker weet dat uw hond zich niet
tegoed zal doen aan uw bankstel of uw
vloerbedekking!
- Wanneer uw hond nog niet (helemaal) zindelijk is, vergroot het gebruik van de bench de kans dat het toch “droog “ blijft terwijl u weg bent (ook ‘s nachts!). Een hond zal namelijk zijn eigen hol niet graag bevuilen. Alleen in uiterste nood (en zo lang blijft u natuurlijk niet weg) zal de hond in zijn eigen bench plassen of poepen. Niet alleen scheelt u dit een hoop dweilen; het is ook belangrijk dat het proces waarin het een gewoonte wordt om alleen buiten te plassen en te poepen niet te doorbreken.
Hoe went u de hond aan zijn bench.
U moet ervoor zorgen dat de hond de bench als een prettige,
veilige, ligplaats gaat beschouwen. U zet de bench in de woonkamer, op
een tochtvrije plek. Het liefst op een plek van waaruit de hond de kamer
goed kan overzien (de meeste honden vinden dit prettig).
In de bench legt u een deken of iets dergelijks, zodat
de ondergrond aangenaam is om op te liggen.
Om de hond te wennen aan de bench geeft u hem een lekkere
kluif die hij in de bench op mag
eten. Het deurtje van de bench blijft open, maar als
de hond zijn kluif wil meenemen naar een
andere plek brengt u hem rustig terug naar zijn nieuwe
“plaats”. Dit houdt u een aantal dagen
vol; iedere kluif of ander lekkers die de hond krijgt
laat u hem in de bench opeten. U kunt het
beste pas doorgaan met de volgende stap wanneer de hond
geen aanstalten meer maakt om zijn kluif mee te nemen naar een andere plek,
maar rustig in de bench blijft liggen totdat hij is uitgekloven.
Is de hond eenmaal zover, dan gaat u door met de volgende
stap. Iedere keer wanneer de hond wil gaan slapen, bijvoorbeeld na een
wandeling of een spelletje, dan brengt u de hond rustig naar zijn bench.
Als de hond in de bench gaat liggen (al dan niet op uw commando) beloont
u de hond door hem een speeltje of iets lekkers te geven.
Wanneer de hond een mand, een ligbed of iets dergelijks
had, maak het de hond dan
gemakkelijker door deze (in elk geval voorlopig) weg
te halen. Past de mand of het ligbed in de bench, dan kunt u die daarin
natuurlijk goed gebruiken! Wanneer de hond uit zijn bench komt met de bedoeling
op een andere plek te gaan slapen, brengt u hem, net zoals eerder met de
kluif, weer rustig terug naar zijn plaats.
Is de hond zover, dat hij zonder problemen in de bench wil slapen en deze zelfs geregeld zelf opzoekt, sluit dan als de hond gaat slapen, voor een tijdje het deurtje. U geeft hem hierbij de eerste keer eventueel weer een kluif. U gaat nog niet weg, dat is pas de laatste stap. Mocht uw hond nu toch onrustig worden en/of gaan janken of blaffen, dan is het heel belangrijk dat u juist nu goed reageert. Dat wil zeggen: zolang de hond onrustig is, negeert u hem volkomen. U mag hem vooral niet troosten of geruststellen, want dan voelt de hond zich beloond voor zijn onrustige gedrag en zal hij dit dus blijven herhalen. Ook kunt u beter niet op hem mopperen, want ook dan krijgt hij toch aandacht van u en dat is precies waar hij om vraagt. Zodra de hond stil is, ook al is het maar heel even, gaat u op dat moment naar hem toe. Wees niet uitbundig, maar open gewoon het deurtje alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Laat de hond direct gewoon zijn eigen gang gaan; het is niet de bedoeling dat u door uw gedrag de indruk wekt alsof er iets bijzonders is gebeurd.
Pas wanneer de hond rustig in de bench blijft liggen met
het deurtje dicht, terwijl u thuis
bent, neemt u de laatste stap. Als u (eerst voor korte
tijd) weggaat, sluit u de hond op in de
bench. Geef hem de eerste keer eventueel weer een kluif.
Een extraatje om de hond zover te krijgen dat hij uit
zichzelf met plezier in de bench gaat is
tenslotte nog het volgende. Leg regelmatig een paar hondenbrokjes
achterin de bench, op een
moment dat de hond niet ziet dat u dit doet. De hond
zal het al gauw de moeite vinden om telkens weer in zijn bench te gaan
kijken of er misschien wel weer “zo maar” wat lekkers ligt.
Misschien denkt u, als u dit verhaal gelezen heeft, dat
een goede bench-training erg veel tijd
en moeite zal kosten. Dat valt mee. In de meeste gevallen
kunt u de omschreven stappen al binnen één tot twee weken
nemen. Wel is het belangrijk dat u de hond echt stap voor stap aan de bench
laat wennen en dat u daar zoveel tijd voor neemt als bij uw hond nodig
is. Het resultaat moet namelijk zijn, dat de hond probleemloos alleen kan
blijven in de bench, omdat hij dit als zijn eigen veilige ligplaats ziet.
U mag de hond daarom ook nooit voor straf in zijn bench
sturen (want dan wordt het juist een vervelende plek) ! Als u kinderen
heeft zult u erop moeten letten dat zij de hond als deze in zijn bench
ligt ook nooit storen of lastigvallen. De bench moet juist een plek zijn
waar de hond zich rustig terug kan trekken.
Leren lopen aan een slappe lijn.
Wanneer een hond buiten aan de lijn trekt is hij absoluut niet met ú bezig. Hij is bezig met zijn omgeving. Vaak geeft dit probleemgedrag zoals: blaffen naar mensen, blaffen naar honden, onverwacht uitvallen naar voorbijkomende fietsers, joggers. enz.
Het leren lopen aan de slappe lijn hoort bij de basis. Wanneer uw hond niet leert om netjes naast u te lopen, kunt u niet verwachten dat u bovenstaand probleemgedrag op lost.
Bedenk bij uzelf: de hond trekt aan de riem omdat hij denkt dat hij er dan sneller is. Leer de hond dat trekken aan de riem hem niets oplevert, wanneer de hond zorgt dat de riem slap blijft zal hij sneller vooruit komen.
Hoe gaat u te werk? Wanneer u met uw hond gaat wandelen
en de hond loopt netjes met u mee? Kunt u hem hiervoor belonen. U praat
vriendelijk tegen hem. Hij zal niet weten waar u het over heeft, maar in
het gunstigste geval is hij zo onder de indruk dat de lijn niet strak komt
en dat het de hele weg goed gaat. Zodra de lijn strak komt? Staat u stil!
Bij voorkeur kijkt u ook nog naar de lucht. U blijft staan en geeft de
hond totaal geen aandacht. Waarschijnlijk zal hij omkijken om te kijken
waar u blijft. U blijft nog steeds staan. Zodra de hond een stap in uw
richting doet, (de lijn komt dan weer slap) beloont u hem, praat vriendelijk
tegen hem, en gaat u weer lopen. Waarschijnlijk zal de hond (zeker degene
die gewend zijn te trekken aan de riem) gelijk weer de riem strak willen
trekken en weer voor u uit gaan lopen. U blijft weer staan en kijkt weer
naar de lucht. Totdat de hond weer naar u toekomt, dan gaat u weer belonen
en lopen.
In het begin doet u er vreselijk lang over voor u op
de plaats van bestemming bent of voordat u een rondje met de hond heeft
gelopen. Maar hier geldt de aanhouder wint. Als u het stilstaan aan de
strakke lijn steeds toepast, zal de hond snel in de gaten hebben wat de
bedoeling is en hij zal ervoor zorgen dat de riem slap blijft (Het trekken
aan de riem leidt immers tot niets).
Het is hierbij wel zaak om dit eerst toe te passen in
een omgeving waar weinig afleidende prikkels zijn. Dus liefst eerst in
een rustige straat, zonder andere honden. Zodra de hond snapt dat het geen
zin heeft om te trekken aan de riem, kunt u het uitproberen in een wat
drukkere omgeving.
Heb maling aan wat andere mensen van u denken, als u
dit steeds volhoudt heeft u uiteindelijk resultaat. Desnoods kijkt u niet
naar de lucht als er andere mensen in de buurt zijn maar doet u net of
u iets uit uw zak moet halen, waardoor u stil blijft staan. Het gaat er
maar om dat uw hond merkt dat u ergens anders mee bezig gaat op het moment
dat hij trekt aan de riem.
U kunt uw hond in dit stadium dus niet meenemen als u
10 minuten tijd heeft en u moet in die 10 minuten naar de winkel en terug.
De hond zal trekken aan de riem en u bent blij dat hij doorloopt want u
heeft al zo haast. De hond leert dus dat trekken aan de riem (op den duur)
toch zin heeft, want u loopt perfect achter hem aan.
Een variant op deze methode maakt gebruik van de "Flexi"
lijn of rollijn. Deze lijnen zijn in diverse maten te koop, variërend
van 4 tot 8 meter. Als de hond hiermee aan een "slappe" lijn loopt voelt
hij een constante lichte druk in de halsband, veroorzaakt door het opwind-mechanisme
in het handvat. Als de hond het einde van de lijn bereikt heeft zal de
druk plotseling groter worden, doordat er nu eenmaal niet meer ruimte in
de lijn zit. Zodra de hond het einde van de lijn bereikt heeft stopt u
met lopen en gaat u weer de vogeltjes bewonderen.
Als de hond een paar passen in uw richting komt, zodat
de lijn weer wat oprolt kunt u weer verder met hem lopen. Op den duur leert
de hond dat hij best veel bewegingsvrijheid heeft als hij maar zorgt dat
de riem niet strak komt.
Gentle leader
Er zijn honden die al jaren trekken aan de riem en er
zijn mensen die geen zin hebben om steeds stil te staan. Dan is er een
heel goed alternatief. De Gentle Leader.
De Gentle Leader is een voor honden ontworpen (soort
paarden) halster. Het gaat over de neus van de hond en wordt vastgezet
achter de oren. Onder de bek van de hond zit een oog
waaraan de riem bevestigd wordt. Ze zijn er in verschillende
kleuren en in verschillende maten.
De werking van een Gentle leader. Omdat het oog onder de bek zit, kan de hond niet aan de riem trekken. Op het moment dat de hond aan de riem trekt wordt de kop van de hond weer naar de baas toe getrokken, hierdoor kan hij niet blijven trekken, hij ziet immers niet waar hij heen gaat. Omdat hij op dat moment weer (gedwongen) naar u als baas kijkt, kunt u hem daarvoor belonen, hij heeft immers aandacht (de basis van ALLES). Hierdoor bent u af van het hondonvriendelijke “gesjor” aan een slipketting die meestal niet het beoogde resultaat heeft omdat er nog steeds te veel mensen zijn die net te laat zijn met hun correctie. Een ander voordeel is dat de Gentle Leader een uitkomst kan zijn bij honden die uitvallen naar bepaalde dingen, dieren of mensen. Vóórdat de hond uitvalt, fixeert hij naar het voorwerp (hij kijkt er strak naar). Reageert het onderdeel van zijn aandacht niet zoals hij het wil, dan zal hij uitvallen. Op het moment dat hij fixeert, kunt u als baas heel gemakkelijk dit oogcontact verbreken door de kop van de hond naar u toe te trekken. Hij kan niet meer fixeren en zal dus ook niet uitvallen.
Natuurlijk zitten er ook nadelen aan een Gentle Leader.
Een groot nadeel is dat de meeste mensen die overstappen van een slipketting
op een Gentle Leader nog heel erg gewend zijn om “rukken” te geven aan
de riem. Als de hond een Gentle Leader om heeft is dit uit den boze. U
kunt hiermee uw hond ernstige schade toebrengen aan de nek (denk maar aan
een whiplash bij mensen). U moet dus leren om rustig de kop naar u toe
te trekken. Ook moet u heel alert zijn op mogelijk “uitbreken” van de hond.
Dit kan als de riem bijvoorbeeld slap hangt, hij ineens iets ziet en erheen
rent. Op dat moment moet de nek de klap opvangen en daar is een hondenlijf
niet op gebouwd. Een ander nadeel is dat het in het begin wat tijd kost
om de hond aan de Gentle Leader te wennen. Hij moet er net als op zijn
halsband helemaal niet op reageren en dat kost even tijd.
Wie laat wie nu uit?
Veel honden worden zo enthousiast als ze worden uitgelaten
dat ze zich maar met moeite een riem om laten doen en daarna niet weten
hoe snel ze zich door de deur moeten wurmen.
Het is echter ook mogelijk de hond te laten zitten, voordat
u hem de riem omdoet. Niet rustig zitten = niet uit! U pakt de riem en
wacht tot de hond weer rustig wordt, u zegt niets tegen hem en wacht tot
hij gaat zitten. Zodra hij gaat zitten doet u de riem om, als de hond weer
overeind wil komen haalt u de riem weer weg. U wacht weer tot hij gaat
zitten en doet hem alsnog de riem om. Niet zitten = geen riem om.
Vervolgens blijft de hond zitten terwijl u de deur open
doet. Doet hij dat niet, dan gaat de deur, zodra de hond ook maar een vin
heeft verroerd, direct weer dicht! Niet zitten = niet uit! Als de deur
helemaal open is, blijft de hond nog zitten. Zo niet, dan gaat de hond
weer naar binnen en gaat de deur weer dicht. Als de hond weer zit, gaat
de deur weer open. Pas als de baas zegt dat het kan, mag de hond overeind
komen en door de deuropening naar buiten gaan. Leer hem ook hier weer te
gaan zitten, zodat u de deur ook weer rustig dicht kunt doen. Als de hond
gewend is naar buiten te snellen, bent u bij het aanleren de eerste keer
misschien een kwartiertje bezig voordat de hond dit doorheeft. Maar als
u het consequent volhoudt, bent u iedere keer minder tijd kwijt, totdat
de hond uiteindelijk keurig gaat zitten zonder dat u erom vroeg, en pas
overeind komt als u het vraagt. En denk erom, ú gaat als eerste
door de deur, dan pas de hond!
Als u de hond wilt loslaten tijdens het wandelen, vraagt
u de hond minstens eerst te gaan zitten (u kunt hem ook eerst een aantal
oefeningen vragen). Hoe dan ook, u laat hem pas gaan op uw commando ‘vrij!'.
Mocht hij niet op uw commando wachten, dan kunt u voorkomen dat hij hiermee
succes heeft door hem een 2e lijn om te doen. U maakt de 1e lijn los, en
wacht even. Als uw hond dan besluit vóór uw commando ervandoor
te gaan, hebt u hem nog steeds aan de lijn. Doe de 1e lijn er weer aan.
Pas als de hond rustig blijft zitten als u de 1e lijn eraf doet, haalt
u de 2e lijn eraf, wacht u weer even, en geeft het commando ‘vrij!'.
Bouw dit langzaam op totdat u rustig rechtop kunt gaan
staan nadat u de lijn eraf hebt gehaald en de hond rustig 5 tot 10 seconden
(of langer) kan wachten voordat u het commando ‘vrij' geeft.
Als de hond los is van de lijn, bepaalt u nog steeds
welke kant jullie opgaan. U kunt de hond op u leren letten door geregeld
een andere weg te nemen dan normaal. Feitelijk moet de hond geen idee hebben
welke kant u nu weer opgaat. Ook kan het goed zijn u af en toe te verstoppen.
Als hij u vindt, beloont u hem uitbundig. Zo leert hij al snel dat niet
ú op hem moet letten en hem moet roepen als u van richting verandert,
maar dat híj juist op u moet letten.
Roep de hond tijdens het loslopen ook geregeld bij u.
Beloon hem uitbundig, doe een of twee korte oefeningetjes, beloon hem weer,
en laat hem weer lekker rondrennen. Herhaal dit een keer of vijf per wandeling.
Ook als de hond af en toe vanzelf eens bij u komt kijken, kunt u hem flink
belonen.
“Hij komt als geroepen”
Het niet willen komen is een vaak voorkomend probleem.
Het “hierkomen” is een oefening die wat moeilijker is dan andere oefeningen
omdat het vrijwel onmogelijk is gehoorzaamheid af te dwingen als de hond
eenmaal buiten uw bereik is. U zult het dus moeten hebben van een hond
die geheel vrijwillig naar u toekomt.
In het algemeen kan je zeggen dat een hond gedrag zal
herhalen als dat een prettige consequentie voor hem heeft. Het “hierkomen”
moet dus erg leuk gemaakt worden wil hij het graag doen. Dat houdt dus
in dat “hierkomen” NIET betekent dat de hond aangelijnd wordt en het uitje
is afgelopen. Integendeel: tijdens het uitlaten zou u de hond een paar
keer moeten laten komen, vervolgens uitbundig belonen, een bal gooien of
iets lekkers geven. Het “hierkomen” betekent dan voor de hond iets leuks
en de hond zal het graag doen. U kunt hem ook af en toe even aanlijnen,
een stukje aan de lijn laten lopen en een paar meter verder weer loslaten
en lekker laten dollen. Zo leert hij dat “hierkomen” niet het einde van
de pret betekent.
Hoe leert u het “hierkomen” aan. Bedenk een woord welke
u voor dit gedrag gaat gebruiken, bijv. “hier”.
Begin binnenshuis te oefenen. Laat de hond zien/ruiken
dat u iets lekkers heeft, doe een paar stappen achteruit. Komt de hond
achter u aan? Zeg tegen de hond “hier” op een duidelijke, vrolijke manier.
(Dezelfde manier waarop u dat straks buiten gaat doen, het moet vriendelijk
klinken, dus niet bars of boos) Als de hond bij u is, krijgt hij zijn beloning
en dan is dit het begin van het “hierkomen”. Herhaal dit heel vaak per
dag.
U kunt ook de hond aan de ene kant van de kamer/gang
door iemand vast laten houden als u zijn eten klaar maakt. Wanneer u dan
de etensbak neerzet, roept u gelijk “hier” terwijl de andere persoon de
hond loslaat. Op deze manier maakt uw hond spelenderwijs kennis met het
commando “hier”. Als u denkt dat de hond het snapt, kunt u het op dezelfde
manier doen, maar dan zonder dat de hond van tevoren heeft gezien/geroken
dat u iets lekkers heeft. Als u denkt dat uw hond dit snapt kunt u hetzelfde
doen maar dan in een andere omgeving. Bijv. in de tuin. Wanneer het fout
gaat moet u het weer makkelijker maken voor de hond en weer een stapje
terug gaan.
Belangrijke dingen bij deze oefening zijn:
Roep de hond niet als u zeker weet dat hij toch niet komt
omdat hij bijvoorbeeld achter een konijn aan het jagen is of met andere
honden speelt. Wacht een moment af, dat hij aandacht heeft voor u en roep
hem dan pas.
- Ondanks al het oefenen kan het, zeker in het begin,
gebeuren dat een hond een keer niet komt, omdat hij met iets anders bezig
is. U zult dan een paar keer moeten roepen. Probeer dit wel steeds op dezelfde
manier/toonhoogte te doen. Als de hond dan uiteindelijk bij u komt mag
u vooral nooit boos worden. De hond heeft uiteindelijk gehoorzaamd door
naar u toe te komen en gehoorzaamheid mag je nooit bestraffen.
- De hond komt tientallen keren per dag vanzelf naar
u toe. Bijvoorbeeld als u zijn riem pakt om de hond te gaan uitlaten of
wanneer u zijn eten klaar gaat maken en vaak ook zomaar voor de gezelligheid.
U kunt deze oefening dus tientallen keren per dag gratis en voor niets
doen, elke keer als de hond naar u toekomt, geeft u hem snel het commando.
Zo hoeft u niets in scène te zetten. Als u niet iets lekkers bij
de hand heeft kunt u de hond ook belonen met een vrolijke, vriendelijk
klinkend woord of een lekkere knuffel o.i.d.
- Zeker in het begin is het belangrijk dat er flinke
beloningen voor de hond te verdienen zijn. Als het gedrag eenmaal een gewoonte
is geworden, kunt u de beloning langzaam af bouwen.
- De hond mag niet kunnen voorspellen wanneer het over
is met de pret. Lijn hem daarom niet altijd op dezelfde plaats weer aan,
voordat u naar huis gaat. Op den duur zal hij op die plaats niet graag
meer bij u komen als hij wordt geroepen.
Wanneer u op onze club traint, krijgt u de oefening “vóór komen”. Bedenk dan dat het commando “hier” betekent dat de hond met u mee moet komen of ergens in uw buurt moet komen. Voor het ‘vóór komen’, waarbij u wilt dat de hond snel bij u komt en dan recht, dichtbij, vlak voor u gaat zitten, moet u dus een ander commando introduceren; bijvoorbeeld “voor”.
Niet uitvallen naar andere honden.
Dit is één probleem, dat het eenvoudigst
is op te lossen als het nog niet zo lang bestaat. Het is dus een gedraging
die u goed in de gaten moet houden.
Als de hond al is gewend om te blaffen en uit te vallen
naar andere honden is dit waarschijnlijk al zo’n groot probleem dat dit
niet zo makkelijk op papier te behandelen is.
Het tonen van meer dan gewone interesse voor andere honden
is iets waarop u zeer alert moet zijn. Wat is nou meer dan gewone
interesse?
Ik ga even uit van de situatie dat de hond aan de lijn
is. Wanneer de hond los is kunt u nauwelijks invloed uitoefenen op het
gedrag van uw hond ten aanzien van andere honden.
Wanneer de hond naar een andere hond kijkt is dit normaal
gedrag. Als reactie op het oogcontact met de andere hond zal uw hond gaan
communiceren met de andere hond.
Hij zal de oren spitsen, de staart hoger doen of juist
naar beneden drukken. Maar waar u op moet letten is of uw hond de andere
hond gaat aanstaren. Fixeren noemen we dat. Dit is gedrag waar u iets aan
moet doen.
Een hond fixeert in twee situaties:
1. bij een prooi, daar zal hij dan achteraan gaan of
in geval van een hond mee gaan spelen;
2. bij een tegenstander, bijv. voordat hij zal gaan vechten.
U kunt zich voorstellen dat zodra u dit fixeren doorbreekt,
het conflict/gevecht niet ontstaat.
Dus op het moment dat uw hond gaat fixeren, weet u dat
er problemen komen.
Wat u dan NIET moet doen!
- Tegen de hond zeggen: denk erom, laat dat of iets van
die orde. U bevestigt hiermee tegenover de hond dat er iets aan de hand
is. De hond zal nog meer stress voelen en dit af willen reageren op die
andere hond.
- De riem strak trekken. De hond ervaart dit als steun;
samen zijn we sterk, samen pakken we hem wel.
- Schreeuwen tegen de hond. De hond ervaart dit als dat
u ook opgewonden bent, en volgens uw hond komt dit door die andere hond.
Wat u WEL moet doen! U moet het aankijkgedrag doorbreken.
- Doordat u de naam van de hond zegt en hem iets lekkers
voorhoudt. Zodra zijn aandacht weer bij u is, heeft hij het lekkers verdiend.
- U kunt doen alsof er niets aan de hand is, maar wel
de andere kant op gaan lopen. Zodra de hond weer ontspannen met u meeloopt,
praat u weer vriendelijk tegen hem.
- U kunt ook zijn speeltje tevoorschijn halen en met
hem gaan spelen.
Eigenlijk is alles wat u doet goed, zolang de hond maar
zijn aandacht van die andere hond afhaalt.
Er is niets vervelender dan een hond die zich opdringt
aan een andere hond die aan de riem loopt.
Als uw hond aan de riem loopt en een andere hond loopt
los en die probeert uw hond uit te dagen, moet u waarschijnlijk veel energie
in de strijd gooien om de aandacht van uw hond op u gericht te houden.
Probeer het toch en hoop tegelijkertijd dat de eigenaar van de andere hond
zoveel binding heeft met zijn hond dat die snel weer naar hem toegaat als
er niets te spelen of te vechten valt. En houdt dit ook in uw achterhoofd
als uw hond los loopt en een andere hond loopt aan de riem.
Niet uitvallen naar vreemden.
Waarom zal een hond uitvallen naar vreemden? Dit is bijna
altijd terug te leiden naar twee oorzaken.
1. De hond heeft in zijn vroege jeugd (inprentingsperiode)
erg weinig kennis gemaakt met mensen. Waardoor hij wantrouwend is tegen
vreemden. Misschien was de eerste vreemde die hij zag de dierenarts die
hem een injectie gaf (dat was niet fijn) en de tweede vreemde was
u, en die haalde hem weg uit zijn vertrouwde omgeving, weg bij zijn moeder
en broertjes en zusjes (en dat was ook niet fijn). Conclusie: vreemde mensen
moet je niet vertrouwen.
2. De hond heeft later in zijn leven één
of meerdere slechte ervaringen gehad met vreemden.
Dit kan met opzet of per ongeluk gebeurd zijn.
Zodra de hond het idee heeft dat vreemde mensen niet te
vertrouwen zijn. Gaat het vaak als volgt: de hond trekt zich terug en zoekt
geen contact. Maar vaak gaan mensen hem dan toch opzoeken, willen hem toch
aaien. Dit zie je vaak al bij puppies gebeuren. Als de hond dan los loopt,
loopt hij gewoon weg en is er geen probleem. Maar zodra de hond aan de
lijn is, wordt de lijn strak gehouden en kan de hond geen kant op. Wat
moet hij doen? In eerste instantie zal hij achteruit deinzen, totdat de
riem “op” is. Dan zal hij aan de riem trekken om proberen weg te komen,
ondertussen houdt hij de naderende hand angstvallig in de gaten.
De riem blijft strak, met een slipketting om krijgt de
hond op dit moment ook nog ademnood en pijn, de hond ziet de hand die aan
hem wil zitten dichterbij komen en die hand komt aan hem…. In het gunstigste
geval doet de hond niets en laat zich (omdat hij niet anders kan) aaien.
Maar fijn is anders. Of de hond bijt van zich af, hij kan immers niet anders,
hij kan niet weg, heeft al laten merken dat het hem niets lijkt en toch
willen mensen aan hem zitten. Op het moment dat de hond van zich af bijt,
trekt de hand zich terug. Wat een opluchting voor de hond. Waarschijnlijk
krijgt hij nu ernstig op zijn kop van zijn baas maar de hond is toch al
over de rooie en deze klappen van zijn baas neemt hij wel op de koop toe.
Wat leert de hond? Als mensen aan je willen zitten en
je wilt het niet; moet je ze bijten. Dat helpt.
Uiteindelijk leert hij: de eerste klap is een daalder
waard, dus doe vooraf al lelijk dan laten ze je met rust.
Wat moet je wel doen? Zorg dat de hond merkt dat u vreemde
mensen leuk vindt en dat hij dat ook moet vinden. De meeste honden zijn
wel geinteresseerd in iets lekkers of in een speeltje. Laat vreemden
steeds iets lekkers of iets leuks voor de hond meenemen. (Je kunt dit aan
het bezoek geven op het moment dat ze binnen komen) Zodra de hond de vreemden
ziet kunnen ze dit lekkers of leuks op de grond laten vallen. Op den duur
kunnen ze het aan de hond geven als de hond contact komt zoeken. Maar laat
vreemden de hond negeren, zolang de hond ze eng vindt. Forceer niets. De
hond moet zelf het contact gaan zoeken, zolang de hond dit niet doet, mogen
de vreemden dat ook niet doen.
Is het binnen geen probleem(meer), maar buiten (nog)
wel? Dan moet u dit buiten in scène gaan zetten. Op de hondenclub
is dit geen probleem daar zijn mensen uiteraard bereid om voer voor de
hond te laten vallen of zo mogelijk aan de hond te geven en anders moet
u veel familie, buren en vrienden rekruteren, zodat uw hond leert: vreemden
zijn heel leuk.
Opspringen of gaan zitten?
Sommige honden hebben de gewoonte om bezoekers uitbundig
te verwelkomen door tegen ze op te springen. Sommige honden gaan in hun
enthousiasme hier zo ver in dat ze ook tegen iedereen die ze op straat
tegen komen willen opspringen. Niet iedereen is hier even blij mee. Het
doel van de hier beschreven oefening is dan ook om de hond ander,
en meer acceptabel,
gedrag bij een begroeting aan te leren.
Bij dit gedrag moet u zich eigenlijk eerst afvragen
waarom een hond dit doet. Door op te springen probeert een enthousiaste
hond dichter bij het gezicht van een mens te komen. Als de hond gewoon
zou blijven staan, zijn (afhankelijk van het formaat van de hond) alleen
de enkels of de knieën van een mens binnen bereik. Die lichaamsdelen
zijn bij een enthousiaste begroeting niet interessant, de hond wil eigenlijk
het liefst het hele gezicht besnuffelen en aflebberen. Hij kan bij dat
gezicht komen door op te springen. De gemiddelde mens, die daar
niet van gediend is, gaat daarop allerlei opgewonden
geluidjes en bewegingen maken, waardoor de hond eigenlijk alleen maar aangespoord
wordt.
U kunt opspringen op een aantal manieren afleren.
Als eerste kunt u natuurlijk zelf door de knieën
gaan. Daarmee komt het gezicht van de mens dichter bij de kop van de hond
en hoeft er niet meer gesprongen te worden voor de begroeting. Niet iedereen
is hier echter van gediend of is hier toe in staat.
Een tweede beproefde manier is met het knietje:
als de hond springt tilt de mens zijn knie op, zodat de hond daar
tegen aan botst, zich daarbij wellicht bezeert en zeker niet bij zijn doel
komt. Deze methode heeft een aantal nadelen: het is eigenlijk alleen goed
te doen bij honden van het formaat Retriever of Herdershond. Zijn de honden
veel kleiner dan komen ze nooit bij een opgetilde knie, zijn ze veel groter
dan zal die knie ze niet tegen houden. Ze stappen daar gewoon over heen.
Bovendien is weer niet iedereen hiertoe in staat (denk aan mensen met fysieke
gebreken. Een aanstormende Labrador heeft een niet al te sterk mens zo
ondersteboven). Het voornaamste bezwaar tegen deze methode is echter dat
de hond wel leert wat niet mag, maar het leert hem geen alternatief gedrag
(iets dat wel mag) aan.
Het mooiste is dan ook om de hond een alternatief gedrag aan te leren Iets dat hij bij het begroeten "automatisch" gaat uitvoeren. Erg geschikt hiervoor is het "zitten", want een hond die zit kan nou eenmaal niet tegelijkertijd opspringen.
Hoe doe je dat?
Zorg dat er wat te begroeten valt, er is dus een
helper nodig. Zet de omstandigheden in scène waaronder de hond het
vervelende gedrag vertoont. De ene hond doet dit bij de voordeur als er
bezoek binnen komt, de andere hond springt op straat tegen iedereen op.
Als de hond nu tegen de helper wil opspringen draait de
helper zich om. Op dat moment verdwijnt het gezicht van de helper uit het
beeld van de hond, en is de reden voor het opspringen eigenlijk al verdwenen.
Als de helper zich omgedraaid heeft geeft de eigenaar het commando "zit".
Pas als de hond zit, draait de helper zich weer om zodat
de hond het gezicht weer kan zien. Als de hond nu blijft zitten wordt hij
hiervoor beloond, komt hij echter overeind dan beginnen we weer van voor
af aan.
De beloning moet ook echt de moeite waard zijn, als de
hond met voer te motiveren is kan je als beloning iets lekkers gebruiken.
Als u er geen bezwaar tegen heeft dat de hond voer aanneemt van vreemden
is het het mooiste als de helper de hond als beloning iets lekkers kan
geven. Dan leert de hond snel dat springen bij een begroeting hem niets
oplevert (zodra hij aanstalten maakt is de pret immers gelijk over), maar
dat "zitten" bij een begroeting veel meer de moeite waard is, die vreemde
geeft hem dan iets lekkers.
Als het met deze ene helper goed gaat moet de oefening
herhaald worden met zo veel mogelijk verschillende andere helpers. Als
het een paar keer goed gegaan is kan je proberen het ritueel met het omdraaien
achterwege te laten. Zodra de helper in beeld verschijnt komt dan onmiddellijk
het commando "zit". Als de hond dan toch weer wil gaan springen draait
de helper weer zijn rug naar de hond toe: de oefening is dan iets te snel
gegaan.
Als de oefening regelmatig goed gaat, kan de beloning
afgewisseld worden (een keer "braaf", een keer een aai over de borst van
de hond) en dan kan de beloning ook afgebouwd worden (niet meer bij
elke keer dat het goed gaat een beloning, maar sla de beloning eens een
paar keer over). Als deze oefening een paar keer per dag gedaan wordt,
krijg je zo binnen een week een hond die, in plaats van op te springen,
bij een begroeting netjes gaat zitten wachten totdat
hij beloond wordt.
Deze oefening gaat natuurlijk op dezelfde manier als de
hond tegen u zelf opspringt en u bent daar niet van gediend. In plaats
van de helper draait u zelf om en geeft u het commando “zit”. Ook het afbouwen
van de beloning gaat op dezelfde manier.
Uw hond moet er wel wat voor doen.
Geef eten nooit gratis weg. Gebruik brokjes als beloning
voor oefeningen. Als u hem vlak voor het eten binnen wat oefeningen laat
doen, zal zelfs een kieskeurige hond meestal genoegen nemen met zijn doodsaaie
gewone brokken.
Een paar oefeningen die een hond uitstekend binnen kan
doen: zit, af, staan, plat, wachten, blijf, zelfs blijf ‘uit zicht', komen,
enz.
U hoeft niet iedere oefening te belonen. Vraag hem ook
eens meerdere oefeningen achter elkaar voordat u beloont. Dit moet u uiteraard
wel rustig opbouwen, dus niet meteen vijf oefeningen achter elkaar vragen
als u normaal iedere oefening beloont.
Voor zijn eigenlijke maaltijd laat u hem vervolgens zitten
en wachten, totdat u de bak op de vloer hebt gezet en een ‘vrij'-commando
hebt gegeven. Als hij voor die tijd in zijn bak wil duiken, haalt u de
bak eenvoudig weer weg, en herhaalt u de oefening totdat hij het
wel doet. Ook met de drinkbak kunt u deze tactiek toepassen.
Naast deze binnentraining moet u uiteraard uw training
buiten niet verwaarlozen. Daarbij hebt u waarschijnlijk extra lekkere voertjes
nodig. Kleine stukjes (honden)worst of kaas zijn hiervoor ideaal. Ze ruiken
sterk, dus de hond heeft snel in de gaten dat hem een beloning te wachten
staat. Het voordeel van dit soort zachte brokjes ten opzichte van andere
harde brokjes is dat de hond ze hap-slik-weg heeft. Als je een hond beloont
met een harder brokje en hij moet hier eerst op kauwen, is zijn aandacht
voor u en voor de oefening alweer verdwenen. Zo’n hap-slik-weg brokje is
voor de hond erg de moeite waard en het is zo snel op dat de hond weer
snel verder wil voor de volgende beloning.
Vergeet niet dat ‘extra lekkers' van zijn normale maaltijden
af te trekken (i.v.m. veel voorkomend overgewicht van honden).
Hetzelfde geldt voor aaitjes, knuffels en spelletjes.
Geef niets gratis weg. Laat de hond er eerst iets voor doen. Hier mee bevestigd
u steeds uw eigen positie en de hond zal meer waarde gaan hechten aan de
aaitjes, knuffels of spelletjes met u.
Spelen met de baas
Spelen met de hond en daarmee het aandacht vragen van
de hond is een belangrijk onderdeel van de training.
Door spelen wordt de hond meer gericht op de baas en
heeft minder aandacht voor de omgeving.
Tijdens het spelen met de baas is de hond bij voorkeur
aan de lijn. Door die lijn is het spel door de baas te controleren. Het
‘dwingt” de hond tot aandacht voor degene die met hem speelt. Als het contact
optimaal is, kun je spelen met je hond, tussen vele andere honden, met
100% aandacht van de hond voor zijn baas.
We spelen met behulp van een speciaal speeltje. Het liefst
een speeltje dat de hond vast kan houden terwijl de baas het ook vast heeft.
Dus b.v. een bal aan een touwtje, een bal in een sok, een flos of een stuk
touw met een knoop o.i.d. Dit speeltje 'hoort' bij de baas. De hond mag
er nooit alleen mee spelen.
Het is een hulpmiddel, om de prikkel die van de baas
uitgaat te versterken, tegenover de prikkels van de omgeving, zoals geuren,
andere honden enz. Het spel aan de lijn speelt zich af vlak voor de baas.
De baas nodigt de hond uit tot spel, door achteruit te lopen. De hond weet
al heel snel, als de baas achteruit loopt is dat spelen. We houden de handen
met het speeltje erin, dicht bij ons lichaam, om de hond dicht bij ons
te leren spelen.
Hang niet over de hond heen, dan ben je bedreigend en
zal de hond achteruit willen gaan. Blijf zelf steeds in beweging en altijd
achteruit, het bovenlichaam zoveel mogelijk rechtop. De hond moet deze
manier van spelen leren. Maak het daarom spannend en daag hem uit. Gooi
het speeltje in de lucht en vang het zelf weer op. Rol het speeltje over
de grond en gris het weg als de hond het wil pakken. Breng ook de spanning
in je stem. "oh, kijk eens wat ik hier heb" maak hem nieuwsgierig, gebruik
een opgewekte stem.
Kent de hond dit spel en vindt hij het leuk? Houdt de
spanning er dan in en blijf hem uitdagen.
We kappen het spel af als de hond nog enthousiast aan
het spelen is. Dan is het de volgende keer weer net zo leuk.
Als het lukt om zo samen bezig te zijn. Sta dan plotseling
eens stil met de handen op borsthoogte en vraag 1 seconde aandacht. Bouw
deze aandacht op naar een langere tijd.
Het functionele van dit spel is: dat het leuke punt zich
vlak bij de baas afspeelt. Wanneer je een voorwerp weggooit, dan is het
leuke punt ver weg van de baas. Het contact met en de controle over de
hond valt dan weg.
Door dit spel leert de hond bovendien zijn eigen grenzen
kennen en zich beheersen. Raakt hij door het dolle heen en bijt hij in
onze handen, kleding of schoenen? Dan grommen we "FOEI" of “AU” en bevriezen
(doodstil blijven staan), we stoppen het spel en wachten even.
Deins nooit terug. De hond heeft dan gewonnen. Hij zal
de volgende keer nog wilder spelen en dit kan uitlopen op een rangorde
"gevecht" tussen baas en hond.
Nadat we even hebben gewacht gaan we weer beginnen met
het spel, eerst weer rustig en langzaam opbouwen.
Bij een zachte onderdanige hond is even grommen (“foei”
of “au”)allèèn voldoende wanneer de hond te wild doet.
Hij schrikt direct terug. Bij een wat hardere hond zult u steeds moeten
bevriezen, zodat de hond leert: te hard spelen betekent einde van het spel.
Spelen op deze manier is ook rangordebevestigend.
Het spel wordt bepaald door de baas, de baas neemt het
initiatief. De baas bepaalt het soort spel, de manier van spelen, het moment
van spelen en het moment van stoppen.
De hond mag tijdens het spel best wel eens winnen, anders
is het niet leuk meer. Voor angstige honden is het goed wanneer ze regelmatig
mogen winnen. Het geeft ze vaak wat meer zelfvertrouwen. Dominante honden
laten we nooit winnen. Het laatste spel wint de baas altijd.
Door deze positieve manier van bezig zijn met je hond,
krijgt de hond veel plezier in zijn baas.
Het spelen kun je dan gebruiken als beloning en het speeltje
kan gebruikt worden als motivator.
Het spelen is ook iets wat een hond moet leren. Wanneer
de hond niet met u wil spelen, daag hem dan nog meer uit. Maak het spannend.
Probeer nooit het speeltje in zijn bek te stoppen, dat is niet leuk. Maar
beweeg het voor de hond op de grond heen en weer. Net zolang tot hij "toehapt".
Laat zien hoe graag u dit speeltje zelf wilt hebben. Door het van de grond
te pakken en vlak bij uw gezicht te houden. Tegelijkertijd zeg je; "oh,
wat heb ik hier? Oh, wat is dat?" Dan beweeg je het weer snel heen en weer
vlak voor de hond op de grond. Net zolang totdat de hond er in geinterresseerd
raakt. Wanneer hij het speeltje interessant gaat vinden, laat u nog éénmaal
aan de hond zien hoe interessant u het vind en dan stopt u het speeltje
weg. Wat later pakt u het weer en probeert u de hond weer op dezelfde manier
te verleiden.
Zeg nooit: "Mijn hond houdt niet van spelen". Het is
iets wat een hond moet leren en de ene hond doet het vanzelf en bij de
andere moet u er meer moeite voor doen. Maar blijf het proberen want als
een hond het eenmaal leuk gaat vinden, dan is er geen betere manier van
belonen.
Nawoord
Ik hoop dat u nu, na het lezen van deze site, al een begin kunt gaan maken met het opvoeden en de training van uw hond
Voor allerhande andere problemen, vragen en oefeningen zijn wij natuurlijk te allen tijde beschikbaar op de hondenclub.
Rest mij nog een aantal personen en instanties te bedanken.
Sandra Hurkmans voor haar stukjes op internet over het opvoeden van honden. Van haar teksten heb ik gebruik gemaakt in de hoofdstukken “Wie laat wie nu uit”, “Leren lopen aan een slappe lijn”, “Opspringen of gaan zitten?” en “Uw hond moet er wel wat voor doen”.
Herman Peet voor zijn stukken op internet. Van zijn teksten heb ik gebruik gemaakt in het hoofdstuk “Hij komt als geroepen”.
Martin Gaus voor zijn boek Hondenmanieren. Daarin staat een heleboel geschreven over het opvoeden en trainen van honden. Hieruit heb ik stukken gebruikt voor de hoofdstukken “Uw gezin is de roedel, u bent de roedelleider”, “Uw hond moet leren lopen aan een slappe lijn”.
Suzanne Klaus Voor haar tekst over de Gentle leader.
Karen Koomans voor haar tekst op internet over scheidingsangst en benchtraining. Van deze tekst heb ik gebruik gemaakt voor het hoofdstuk “Alleen thuis blijven”.
Anita Metselaar voor al haar hondenplaatjes
Wanneer u meer informatie wilt over het opvoeden en trainen
van uw hond en u heeft de
Mogelijkheid, bezoek dan ook eens onze homepage en de
links op
Come.to/AHC
Daarnaast kan ik u een aantal boeken adviseren:
Martin Gaus Hondenmanieren ISBN 90 5210 166 3
John Fischer Denken als een hond ISBN 90 410 0472 6
Het maandblad Hondenmanieren is ook zeer de moeite waard.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|