Apporteersport
Diplomadag
Home
De eerste Diplomadag
Op 17 april jl vond op en om het terrein van hondentrainingscentrum
Zuid-West Nederland in Hellevoetsluis de eerste diploma dag van de apporteersport
plaats.
Apporteersport is een hondensport, geënt op de jachthondensport,
waarbij het appel, de wil om voor de baas te werken, doorzettingsvermogen
en intelligentie van de hond en baas op de proef worden gesteld.
In tegenstelling tot de jachthondensport waar alleen honden
uit de jachthondengroep of sterk daarop lijkende kruisingen mee mogen doen,
is de apporteersport voor alle honden opengesteld. Dit was uit duidelijk
te merken aan het deelnemersveld van de eerste diploma dag, er waren weliswaar
24 jachthonden ingeschreven maar ook 5 kruisingen, 1 schotse collie, 1
jack russel terriër en zelfs 1 engelse buldog.
Op een diploma dag zijn een drietal diploma’s te halen,
het zogenaamde A, B en C diploma, waarbij de C-diploma het hoogst haalbare
is.
Bij de inschrijving geef je aan voor wat voor diploma
je op gaat, in dit geval gingen er 5 deelnemers voor het A-diploma, 19
voor het B-diploma en 7 voor het C-diploma op. Net als bij de jachthondensport
moet iemand die een C-diploma wil halen ook de oefeningen voor het A en
B diploma voldoende afleggen.
De oefeningen voor het A-diploma bestaan uit het:
-
A) Aangelijnd en los volgen; hier moeten geleider en hond
een kort parcours afleggen in de vorm van het figuur 8.
-
B) Komen met bevel met verleiding; hier moet de hond door
de geleider over ca. 35 meter worden voor geroepen terwijl er links en
rechts diversen verleidingen liggen, zoals voetballen, bakken en paraplus.
-
C) Houden van de aangewezen plaats; twee honden tegelijk
werden in een bospad gelegen waarna de geleiders twee minuten uit zicht
gingen.
-
D) Apport te land; de hond moet zijn eigen blok of dummy
(met de apporteersport wordt er niet met wild gewerkt) die op ca. 30 meter
van hem vandaan wordt opgegooid netjes apporteren en bij de geleider terugbrengen.
-
E) Apport over een hindernis; de hond moet nadat hij/zij
over een hindernis is gesprongen het opgegooide apporteervoorwerp gaan
halen en netjes bij de geleider terugbrengen. Dit over een afstand van
ca. 25 meter. Door middel van strobalen werden de honden naar de hindernis
geleid. Het was niet noodzakelijk dat de honden ook op de terugweg over
de hindernis sprongen, het koste echter wel punten als ze dit niet deden.
Voor het B-diploma komen er dan nog de volgende oefeningen
bij:
-
F) Verloren apport te land; in het gebied met verleidingen,
in dit geval een aantal omgegooide behendigheidstoestellen en een aantal
omgegooide coniferen het apport van de hond verstopt, waarvan zowel geleider
als hond niet weten waar.
Zodra de hond het commando had gekregen om het apport te gaan zoeken en
vervolgens te apporteren moesten de bazen achter een verstek gaan staan.
Dit om zichtcontact tussen geleider en hond te voorkomen. De hond moet
met deze proef laten zien dat hij zelfstandig kan zoeken. Zodra de hond
het apporteervoorwerp heeft gevonden mag de geleider achter het verstek
vandaan komen om het voorwerp aan te nemen. Voor veel honden was dit een
moeilijke oefening. Ze gingen vrolijk aan de gang met zoeken, keken vervolgens
om naar hun geleider voor hulp en verrek baas weg. Wat resulteerde dat
volgens de hond, in plaats van een apporteervoorwerp naar de geleider gezocht
moest worden.
-
G) Markeerapport te land; hierbij wordt op een afstand van
ca. 60 meter het apporteervoorwerp zichtbaar voor de hond opgegooid. Het
voorwerp valt vervolgens niet meer zichtbaar voor de hond op de grond.
Het is de bedoeling dat de hond tijdens deze oefening de valplaats onthoud
en zodra hij gestuurd wordt in één rechte lijn naar de valplaats
gaat. De hond mag dus in geen geval gaan zoeken.
Dat dit een moeilijke oefening was blijkt wel uit het feit dat slechts
10 van de 26 honden hier een voldoende voor haalde.
-
H) apport door water; de hond moet nadat hij door het water
is gegaan in een beperkt gebied zijn apporteervoorwerp gaan zoeken en vervolgens
apporteren.
Zowel geleider als hond weten bij deze oefening niet waar het apporteervoorwerp
ligt. Het zoeken van het apporteervoorwerp leverde ook niet zoveel problemen
op.
Dat was meer de kunstmatig gemaakte waterbak waar de honden eerst door
heen moesten. Door middel van een hek werden de honden naar de waterbak
geleid.
Deze waterbak was ingegraven en met ca. 40 cm water gevuld. Doordat de
honden de bodem niet konden zien, waren er veel niet van plan om daar door
heen te gaan.
Toch nog even oefenen want je kan allerlei waterbakken tegen komen, het
hoeft niet altijd een sloot te zijn. Ook een waterbak, gemaakt van strobalen
met daarin zeil en vervolgens gevuld met water kan er tegen gekomen worden.
13 van de 26 honden waren niet van plan om nat te gaan worden, wat uiteraard
een onvoldoende voor deze oefening opleverde.
Voor het C-diploma komen er nog een tweetal oefeningen
bij:
-
I) De dirigeerproef te land; bij een dirigeerproef weet de
geleider waar het apporteervoorwerp ligt, de hond niet, deze kan het apporteervoorwerp
ook niet zien liggen. De geleider moet de hond dus naar de plek dirigeren.
Bij deze oefening moesten de honden eerst ca. 60 meter vooruit te worden
gestuurd naar een zogenaamde stopplaats. Deze stopplaats moest zo dicht
mogelijk benaderd worden waarbij de hond moest gaan zitten. De oefening
wordt door twee keurmeester tegelijk beoordeeld. Als beide vinden dat de
hond de door hun aangegeven stopplaats heeft gehaald mag te hond weer 30
meter verder worden gedirigeerd, in dit geval 30 meter naar links waar
het apporteervoorwerp in en kuiltje lag te wachten. Slechts één
hond kreeg een voldoende voor deze oefening, helaas was deze hond eerder
die middag gezakt voor het markeerapport.
-
J) Apporteren vanuit een linie; drie geleiders moeten met
hun honden los volgend in een aangegeven richting lopen. De geleiders staan
zo’n 5 meter uit elkaar.
Op het geluid van een schot wordt er een apporteervoorwerp opgegooid en
moeten alle combinaties halthouden, waarna één van de drie
combinaties opdracht krijgt het voorwerp te laten apporteren. Ook bij deze
oefening wordt er door twee keurmeester onafhankelijk van elkaar beoordeeld.
Hierna wordt de opstelling gewijzigd, gaan weer alle drie de combinaties
voorwaards en krijgt een andere combinatie de opdracht om het voorwerp
te apporteren.
Het was een hele geslaagde dag, lekker weer, s’middags
helaas een los buitje, maar gelukkig was er de uitstekende kantine waar
prima gegeten en gedronken kon worden. Een compliment voor hondentrainingscentrum
zuid-west Nederland die toch maar de spits af moest bijten met deze eerste
diploma dag.
In augustus dit jaar staat er een tweede diploma dag
geplant, ook zullen er in de toekomst werkproeven worden georganiseerd.
En dan de uitslag, van de 5 deelnemers die voor het A-diploma
hadden ingeschreven is er helaas niemand geslaagd.
Van de 18 deelnemers die voor het B-diploma hadden ingeschreven
zijn er drie geslaagd. En van de 7 deelnemers die voor het C-diploma hadden
ingeschreven is er niemand geslaagd. Wel hebben 2 van de 7 hun B-diploma
gehaald, en 4 deelnemers het A-diploma.
Voor de A en C klas deze dag dus geen bekers. Het kan
dus voorkomen dat iemand die voor een C-diploma heeft ingeschreven, dit
niet haalt, maar wel voldoende punten heeft gehaald voor zijn B-diploma,
zelfs meer dan een deelnemer die alleen voor het B-diploma had ingeschreven.
Dan is de deelnemer die alleen voor het B-diploma had ingeschreven de winnaar.
De derde plaats ging deze dag naar: B. Poulie met een
Labrador, 70 punten
De tweede plaats was voor: L van den Hof met een Labrador,
72 punten
En de eerste plaats was voor W.J.M van Spaandonk met
een Flatcoated Retriever met 76 van de 80 te behalen aantal punten.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
G&G
|
Behendig
heid
|
Flyball
|
Apporteer
sport
|
over de
AHC
|
Evene
menten
|
Club
blad
|
Nieuws
|
Tips&
Tricks
|
Foto's
|
Links
|
Tot ziens bij
de AHC
Laatste wijziging
op deze pagina op 10 mei 1999
door Suzanne Klaus