Apporteersport
Algemeen

 Terug naar het begin
Home

Proef A: aangelijnd en los volgen
Hierbij moet de hond zijn geleider over een traject (een groot figuur 8) van ca. 40 meter eerst aangelijnd en daarna los volgen.
Proef B: komen op bevel met verleiding
De hond moet over een afstand van ca.35 meter voorkomen waarbij op een afstand van 3 tot 5 meter van de geleider een verleiding ligt. Deze verleidingen mogen van alles zijn behalve apporteervoorwerpen. (denk aan een paraplu of een baal stro)
Proef C: houden van de aangewezen plaats
De hond moet op zijn plaats blijven terwijl zijn geleider 2 minuten uit zicht gaat.
Proef D: apport te land
Een helper werpt op zo’n 30 meter afstand het apport, dit moet de hond gaan halen en netjes bij de geleider afgeven.

Proef E: apport over hindernis
Hond en geleider zitten op 3 meter afstand van een hindernis, op ca.25 meter afstand gooit een helper het voorwerp. De hond moet dit apporteervoorwerp gaan halen en het bij zijn geleider afgeven, en zowel op de heen als op de terugweg over de hindernis springen.
Proef F: verloren apport te land
De hond moet in een bepaald gebied met verleidingen zijn apporteervoorwerp gaan zoeken. Zodra de hond is weggestuurd moet de geleider tijdelijk uit het zicht van de hond, zodat er goed kan worden gekeken of de hond zelf wil en kan zoeken zonder hulp van zijn baas. Zodra de hond het apporteervoorwerp gevonden heeft mag de geleider weer in zicht om het apport in ontvangst te nemen.
Proef G: markeerapport te land
Markeren is het mooie wordt voor onthouden. De hond moet dus onthouden waar het apport gevallen is dat op ca. 60 meter van de hond terecht komt. De hond moet in een zo’n recht mogelijke lijn dit apport gaan halen. Gelijktijdig met het opgooien van het apport wordt er met een alarmpistool geschoten. De hond mag het apport niet gaan zoeken, hij moet echt de valplaats onthouden en daar direct heenlopen, het apport meenemen en deze netjes bij zijn geleider afgeven.
Proef H: apport door water
De hond moet over een water gestuurd worden en aan de overzijde een apport gaan zoeken, apporteren en vervolgens weer terugbrengen bij zijn geleider.

Proef I: dirigeerproef te land
Bij deze proef weet de geleider het apport te liggen, de hond niet. De hond moet dus naar de plek van het apport gestuurd te worden. De geleider moet zijn hond ca. 60 meter naar een zogenaamd stoppunt worden gestuurd. Vanaf dit stoppunt moet de hond vervolgens nog eens 30 meter naar links of naar rechts worden gestuurd naar het apport, waarna de hond dit netjes bij zijn geleider aflevert.
Proef J: apporteren vanuit linie
Samen met twee andere combinaties moet er in een bepaalde richting worden gelopen. Op een afstand van ca. 20 meter van de lopende linie wordt er een apporteervoorwerp opgegooid en gelijktijdig een schot gelost. Direct na dit schot moet de gehele linie halthouden en wordt er één hond aangewezen die het apport moet gaan halen. Daarna begint alles weer opnieuw zodat ook de andere twee combinaties aan hun beurt komen.
 


 
Naar de G&G pagina
Naar de Behendigheids pagina
Naar de Flyball pagina
Alles over de Alphense Honden Club
Alles over de Alphense Honden Club
Evenementen van de Alphense Honden Club
Naar het Clubblad
Naar de Nieuws pagina
De Tips & Tricks van de AHC
Naar de Foto pagina
Naar de AHC Links
G&G
Behendig
heid
Flyball
Apporteer
sport
over de 
AHC
Evene
menten
Club
blad
Nieuws
Tips&
Tricks
Foto's
Links
 
Tot ziens bij de AHC
 Laatste wijziging op deze pagina op 2 mei 1999
door Suzanne Klaus